Op werkbezoek bij Startblock
De Bouwcampus bij de Infratech
Bijeenkomst Circulaire Herinrichting
Transitietraining YPN
CMS partner van De Bouwcampus
De Bouwcampus op het BruggenFestival
DNA sessie
The Future Talks: Fix de wooncrisis!
Conferentie assetmanagement
De Bouwcampus

in beeld 2025

Met verhalen, quotes, interviews en de resultaten van trajecten geven we je graag een beeld van wat we in 2025 allemaal hebben gedaan.

Voorwoord

Een foto van Nynke Sijtsma, Directeur van De Bouwcampus

Op weg naar een systeemverandering

De bouwsector staat op een kantelpunt. De opgaven zijn groter dan ooit, terwijl het systeem waarmee we bouwen steeds vaker piept en kraakt. Meer woningen, duurzame infrastructuur en een toekomstbestendige leefomgeving vragen niet om kleine verbeteringen, maar om een andere manier van denken en doen.

Juist daar ligt de rol van De Bouwcampus. Als onafhankelijke plek waar overheid, markt en kennisinstellingen samenkomen, brengen we partijen bij elkaar, ontwikkelen we nieuwe werkwijzen en helpen we innovaties verder dan het idee alleen. Niet door te praten over verandering, maar door haar samen in gang te zetten. Met een duidelijke missie, namelijk een sector die sneller leert, slimmer samenwerkt en structureel beter presteert. Dit alles met als doel een echte systeemverandering te versnellen.

Het afgelopen jaar heeft opnieuw laten zien dat samenwerking en kennisdeling de sleutels zijn tot verandering en vooruitgang. Zo hebben we tijdens Transities in de Praktijk tastbare stappen gezet om complexe uitdagingen in het fysieke domein te doorbreken. We bezochten onder andere het circulair heringerichte kantoorgebouw van Haskoning in Delft, het voormalige Mijnbouwgebouw. En begin dit jaar organiseerden we een inspirerend partnerontbijt op het dak van IKEA in Utrecht. Het werd een bijzondere ochtend. Een ochtend die ook duidelijk maakte dat bedrijven en organisaties niet alleen partner van De Bouwcampus zijn, maar ook de noodzaak van systeemverandering in de sector zien en ons steunen om die aan te jagen.

Nederland heeft de komende jaren honderdduizenden nieuwe woningen nodig, maar dat gaat binnen het huidige systeem uiterst moeizaam. Projecten duren te lang, procedures zijn onvoorspelbaar en de sector kampt met een structureel tekort aan mensen. Het Innovatie- en Opschalingsprogramma Woningbouw (IOP) vertrekt daarom vanuit een andere vraag: niet hoe we binnen het bestaande systeem sneller kunnen bouwen, maar hoe we een systeem creëren dat sneller bouwen mogelijk maakt.

Dat vraagt om een andere manier van werken: minder afhankelijk van unieke projecten en meer gericht op herhaalbare processen. Minder versnippering en meer continuïteit. Minder onzekerheid en meer voorspelbaarheid.

Industrialiserend bouwen, digitale processen en nieuwe vormen van samenwerking vormen daarbij de sleutel. Door woningconcepten vooraf te ontwikkelen, bouwstromen te organiseren en vergunningprocedures voorspelbaarder te maken, kan de sector structureel sneller bouwen. Binnen het IOP worden deze nieuwe werkwijzen ontwikkeld, getest en toegepast. Het draait echter niet om alleen maar nieuwbouw. De opgave is: én bouwen, én de bestaande voorraad beter benutten. Want je kunt nu eenmaal sneller een zolderkamer verhuren dan een hele woonwijk bouwen. Je kunt vandaag nog beleid aanpassen dat splitsen of optoppen mogelijk maakt en beginnen met het ombouwen van een leeg kantoor. De komende jaren zullen we ons als De Bouwcampus hier dan ook volop voor inzetten.

Op het gebied van infrastructuur hebben we belangrijke stappen gezet met de ontwikkeling van de Bouwstenen. Het resultaat: bruikbare inzichten, modellen en voorbeelden die opdrachtgevers en marktpartijen direct kunnen inzetten. Denk aan afweegmodellen voor het kiezen tussen clusteren of splitsen van opdrachten, voorbeelden van contractvormen zoals de twee-fasenaanpak of raamcontracten, en handvatten voor samenwerking tussen meerdere opdrachtgevers binnen één contract.

Daarnaast bouwen we aan een community die actief met deze Bouwstenen aan de slag gaat. Rode draad daarbij is begrip en gedeelde kennis tussen opdrachtgevers en opdrachtnemers. Om dat wederzijds begrip te vergroten hebben we samen met Bouwend Nederland zogenoemde Backstage-bijeenkomsten georganiseerd. Met deze bijeenkomsten proberen we een cultuur te creëren waarin nieuwsgierigheid en openheid vanzelfsprekend zijn.

Ook op personeelsvlak zagen we dit jaar veel veranderingen. Zo is Rob Haans, bestuursvoorzitter van woningcorporatie De Alliantie, na zeven jaar gestopt als bestuurslid. Vanaf deze plek wil ik hem nogmaals danken voor zijn tomeloze inzet voor De Bouwcampus. Zijn rol is begin 2026 overgenomen door Jacco Maan, bestuursvoorzitter van woningcorporatie Vidomes.

Flinke veranderingen waren er ook op de werkvloer. Rob Konings, jarenlang een steun en toeverlaat in het kernteam, besloot terug te keren naar het Rijksvastgoedbedrijf. Als transitiemanager verduurzaming gebouwde omgeving was hij een van de drijvende krachten achter de denk- en werkwijzen waarmee De Bouwcampus transities helpt versnellen. Zijn nalatenschap laat zich misschien wel het best samenvatten in vier woorden die inmiddels tot het vaste vocabulaire van de organisatie behoren: vermeerderen, verspreiden, verankeren en verleggen.

Gelukkig hebben we met Tijn Brands een fijne en kundige opvolger in het team. Daarnaast hebben we veel nieuwe transitiemanagers en -medewerkers mogen verwelkomen om het IOP-team te versterken. De toestroom van deze nieuwe mensen, in veel gevallen via onze partners in-kind gedetacheerd, brengt op een plezierige manier veel nieuwe energie in de organisatie. Dat belooft veel voor het komende jaar.

In deze editie van De Bouwcampus in Beeld blikken we terug op een jaar vol beweging en vooruitgang. Ik nodig je uit om mee te kijken maar vooral ook met ons mee te doen.

Nynke Sijtsma
Directeur De Bouwcampus

 

Martin Wijnen, voorzitter Stichting De Bouwcampus

‘We moeten focus houden’

Als Martin Wijnen, directeur-generaal Rijkswaterstaat, naar De Bouwcampus kijkt ziet hij vooral een organisatie die bruist van de energie. Hij is alweer bijna anderhalf jaar voorzitter van het stichtingsbestuur. Een gesprek over de kracht van De Bouwcampus, verbinding en het belang om focus te houden.  “Want uiteindelijk geldt: als je alles doet, doe je niks.”

Wie Wijnen vraagt terug te blikken op het afgelopen jaar, hoort geen opsomming van projecten of bijeenkomsten. Hij kijkt liever naar de beweging erachter. “Wat ik dan zie is een organisatie die bruist van energie. Initiatieven hebben soms de neiging langzaam uit te doven, maar bij De Bouwcampus is dat absoluut niet het geval. Integendeel: het platform groeit, trekt nieuwe partners en wordt inhoudelijk sterker.”

Volgens hem zit de kracht van De Bouwcampus in de combinatie van inhoud en verbinding. Niet alleen partijen samenbrengen, maar dat doen rond een gedeeld verhaal over de toekomst van Nederland. “En dan heb ik het over klimaat, leefbaarheid, infrastructuur en woningbouw. Als de inhoud klopt, willen mensen zich verbinden. Dat zag je het afgelopen jaar heel duidelijk.”

Dat vertrouwen vertaalt zich ook in een nieuwe rol. Met de komst van het Innovatie- en Opschalingsprogramma (IOP) en daardoor een groeiend team, ziet Wijnen De Bouwcampus verder volwassen worden. “De Bouwcampus wordt gezien als een trusted partner. Dat schept vertrouwen, maar ook verplichtingen. Nu moeten we laten zien dat we die rol waarmaken.”

Zichtbaar
In zijn eerste interview als voorzitter introduceerde Wijnen drie kernwoorden: leveren, vereenvoudigen en verbinden. Terugkijkend ziet hij dat die lijn zichtbaar is geworden maar nog niet voltooid. “Als sector moeten we simpelweg meer uit onze handen krijgen. Dat lukt alleen door te vereenvoudigen en te standaardiseren. En dat kan alleen in verbinding: opdrachtgevers, markt, kennisinstellingen en overheid. We moeten het met elkaar doen.”

De beweging richting seriematig werken, portfoliobenadering en standaardisatie ziet hij zowel in infrastructuur als in woningbouw sterker worden. Maar praten over verandering is volgens hem iets anders dan daadwerkelijk resultaat boeken. “We weten inmiddels dat we minder mensen hebben. Dan is de vraag niet meer óf, maar hoe we met minder mensen méér gedaan krijgen.”

Volgens Wijnen ligt daar, ook voor De Bouwcampus, een duidelijke opdracht. Niet alleen nieuwe ideeën ontwikkelen, maar vooral zorgen dat goede ideeën sneller worden toegepast. “We voeren soms nog de discussie van gisteren, terwijl de antwoorden van vandaag al bekend zijn. De echte vraag is: hoe implementeren we sneller? Dat vraagt ook dat organisaties die met innovatie bezig zijn elkaar beter weten te vinden en scherper afstemmen wie wat doet. Alleen zo voorkomen we versnippering en kunnen we slimmer innoveren.”

Vertrouwen
Een belangrijke ontwikkeling van het afgelopen jaar ziet Wijnen in het herstel van vertrouwen binnen de sector. Dat vertrouwen is volgens hem cruciaal, maar niet vanzelfsprekend. “Het gezegde is niet voor niets, ‘vertrouwen komt te voet en gaat te paard’. Het trauma van de bouwfraude ligt al 25 jaar achter ons, maar het werkt nog steeds door. Iemand die tegen mij in de eerste tien minuten van een kennismakingsgesprek zegt: ‘die bouwfraude is lang geleden en niet meer aan de orde’, dan weet je; ‘dit trauma is helemaal nog niet over.’ Daarom moeten we blijven investeren in openheid en samenwerking. Eén misstap en we beginnen weer van voren af aan.”

Juist daar ligt volgens hem ook de waarde van De Bouwcampus als platform waar partijen buiten contracten om het echte gesprek kunnen voeren. “En die open gesprekken gaan over risico’s, systemen en toekomstbestendige oplossingen van de sector als geheel en nooit over specifieke projecten tussen opdrachtgevers en opdrachtnemers. Zo’n plek is cruciaal om structureel vooruitgang te boeken.”

Focus houden
Met de groei van activiteiten komt in zijn ogen voor De Bouwcampus ook een nieuwe uitdaging en dat is focus houden. Volgens Wijnen is schaarste in ruimte, mensen, materialen, budget en draagvlak, dé motor achter innovatie. “Maar juist in een tijd waarin alles schaars is moeten we scherp blijven op onze missie. Schaarste dwingt tot focus en innovatie. Het is verleidelijk om veel op te pakken, want overal liggen relevante vraagstukken. Toch moeten we onszelf telkens de vraag stellen: draagt dit echt bij aan waar we voor zijn opgericht? Groei is mooi, activiteiten zijn waardevol, maar ze moeten wel in dienst staan van onze kernopgave. Want uiteindelijk geldt: als je alles doet, doe je niks.” Het is aldus Wijnen, dan ook de taak voor het bestuur en directie om scherp te blijven op waar De Bouwcampus werkelijk het verschil maakt. “En dat is systeemverandering versnellen.”

Doorbraken
Over een antwoord op de vraag wat Wijnen over een jaar wil kunnen zeggen dat nu nog niet kan, moet hij even nadenken. Dan zegt hij na een korte stilte: “Ik hoop dat we dit jaar kunnen wijzen op een aantal echte doorbraken concrete resultaten waarbij de productiviteit van de sector aantoonbaar is gestegen. Dat we met minder mensen meer uit onze handen krijgen. Niet alleen mooie bijeenkomsten of nieuwe verbindingen, maar tastbare vooruitgang.”

Die ambitie geldt voor infrastructuur, woningbouw én utiliteitsbouw. Volgens Wijnen staat Nederland daarin niet alleen. “Wereldwijd worstelen ontwikkelde landen met dezelfde opgave. Juist daarom ziet hij kansen voor internationale samenwerking en kennisuitwisseling. Hoe mooi zou het zijn als ideeën uit De Bouwcampus ook internationaal verschil maken?”

Twee ogen
Tot slot vat Wijnen zijn boodschap samen in een beeld dat hij zelf graag gebruikt: “We hebben twee ogen. Eén oog op de toekomst, de grote opgaven waar Nederland voor staat. En één oog op de bal, concrete resultaten boeken. Als we die twee in balans houden, zetten we echt stappen en bereiken we echt resultaten.”

Stand van zaken

Actieve trajecten, resultaten en lessen

Binnen drie maatschappelijke opgaven richten we transitietrajecten in voor vraagstukken met een brede basis van vraageigenaren: Vervanging & Renovatie InfrastructuurVerduurzaming Gebouwen en Omgeving en Herinrichting Stedelijke OndergrondDaarmee zorgen we voor de gewenste schaalsprong. Oplossingen die ontstaan, zijn gericht op opschaling, repeteerbaarheid en versnelling. Kansrijke ideeën toetsen we in praktijkomgevingen. Alle inzichten delen wij open en transparant. 

Scroll door de trajecten of klik op een specifiek traject en lees over de transitievoortgang. 

Seriematig aanbesteden, hoe doe je dat?

Doel in het kader van de transitie

In de infrastructuursector is het traditioneel gebruikelijk geweest voor opdrachtgevers en uitvoerders om zich te richten op projecten op individuele basis. Echter, we staan voor een golf van duizenden kleinere en grotere bruggen, viaducten, sluizen en gemalen die moeten worden vervangen of gerenoveerd.

Om deze uitdaging aan te gaan binnen de bredere maatschappelijke context van klimaatverandering, stikstofreductie en woningtekort, is een verschuiving naar een andere werkwijze noodzakelijk. De Bouwcampus richt zich op een meer gestandaardiseerde aanpak, waarbij meerdere kunstwerken in één aanbesteding worden samengebracht en er meer nadruk wordt gelegd op industrialisatie.

Waar staan we nu?

De meeste opdrachtgevers en opdrachtnemers weten inmiddels dat het bundelen van projecten in één uitvraag juridisch kan (zie ook het whitepaper  ‘Juridische (on)mogelijkheden van seriematig aanbesteden’). Het wordt inmiddels gezien als een verstandige manier van werken in de sector. In 2024 speelde een vervolgvraag op, namelijk, hoe doen we dat eigenlijk precies? Daar is toen de werkgroep ‘Bouwstenen voor seriematig aanbesteden voor opgericht. In 2025 zijn de eerste resultaten gedeeld tijdens de Infratech.

De betrokken partijen

Wie namen er allemaal deel?

in 2025 namen de volgende partijen deel aan dit traject:

  • Antea
  • Beduidend
  • CMS
  • Construct
  • CROW
  • Dura Vermeer
  • Heijmans
  • Hollandse delta
  • Hoogheemraadschap Delfland
  • Keara Advies
  • Pels Rijcken
  • Protinax
  • Provincie Zuid-Holland
  • Hanskoning
  • Roelofs
  • TAUW
  • Van Doorn
  • Van Hees Groep
  • Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG)
  • Waternet
  • Waterschap Vechtstromen

Trajectresultaten

Bouwstenen voor seriematig aanbesteden

Bij grote opgaven in de infrastructuur is het logisch én noodzakelijk om seriematiger te gaan aanbesteden. Dat vraagt om andere manieren van organiseren, samenwerken en contracteren. Maar hoe doe je dat in de praktijk?

De Bouwcampus heeft gesignaleerd dat er in de sector behoefte is aan concrete voorbeelden en handvatten om hiermee aan de slag te gaan. Dat zijn de bouwstenen: bruikbare inzichten, modellen en voorbeelden die opdrachtgevers en marktpartijen direct kunnen inzetten. Denk aan:

  • Afweegmodellen voor het kiezen tussen clusteren of splitsen van opdrachten.
  • Voorbeelden van contractvormen, zoals de twee-fasenaanpak of het raamcontract.
  • Handvatten voor samenwerking tussen meerdere opdrachtgevers binnen één contract.

De eerste resultaten zijn in januari 2025 gelanceerd tijdens de InfraTech. Een impressie hiervan vind je hier

Alle verslagen lezen van de bijeenkomsten in 2025? Dat kan hier: https://debouwcampus.nl/trajecten/seriematig-aanbesteden-hoe-doe-je-dat/#bouwstenen-voor-seriematig-aanbesteden

Whitepaper Juridische (on)mogelijkheden van seriematig aanbesteden 2.0

In samenwerking met een gespecialiseerd advocatenteam van CMS heeft De Bouwcampus de whitepaper Juridische (on)mogelijkheden van seriematig aanbesteden opgesteld. Hierin laten we zien welke ruimte er wél is binnen het aanbestedingsrecht. De whitepaper helpt misverstanden uit de wereld en biedt concrete handvatten om een seriematige aanpak juridisch vorm te geven. Zo dragen we bij aan de ideeënontwikkeling voor een toekomstgerichte en schaalbare aanpak van de V&R-opgave in de infrastructuur.

De whitepaper maakt duidelijk dat seriematig aanbesteden juridisch prima mogelijk is, mits vanaf het begin de juiste kaders worden gekozen. Het bundelen van meerdere kunstwerken in één uitvraag is denkbaar en verdedigbaar, zolang de doelstellingen helder zijn. Een goede motivatie is essentieel: niet “we doen het seriematig omdat het efficiënter is”, maar “deze aanpak sluit aan bij onze opgave, doelstellingen en maatschappelijke ambities”.

Handreiking Slimme Series in de V&R opgave

Een gevarieërde groep infraprofessionals heeft onder begeleiding van De Bouwcampus de handreiking slimme series in de V&R opgave opgesteld. Deze beoogt assetmanagers te ondersteunen bij het vinden van slimmere en efficiëntere benaderingen om met een seriematige aanpak de V&R opgave op tijd en met voldoende capaciteit op te lossen. De handreiking biedt concrete stappen en aanbeveling om effectief aan de slag te gaan. Dit omvat het adresseren van praktische obstakels en het bevorderen van synergie tussen opdrachtgevers en marktpartijen. 

Hierbij doorloopt het de volgende fasen:

  • Assetmanagement en onderhoudsstatus
  • Beleidskader opdrachtgever
  • Scenario’s mogelijke series
  • Inkoop & Contracteren


Download hier de handreiking

Transitielessen

  • Het klassieke projectgerichte model werkt niet voor de omvang en urgentie van de huidige V&R-opgave (bruggen, viaducten, sluizen, gemalen). Seriematig aanbesteden biedt schaalvoordelen, maar vraagt een andere manier van organiseren, samenwerken en contracteren. Juridisch is dit haalbaar mits duidelijk gemotiveerd binnen het aanbestedingsrecht.
  • De sector heeft behoefte aan praktische voorbeelden en modellen. Zonder deze handvatten blijft seriematig aanbesteden abstract en moeizaam te implementeren.

  • De whitepaper van CMS en de handreiking “Slimme Series in de V&R-opgave” laten zien dat kennisdeling essentieel is om misverstanden weg te nemen en juridische kaders te verduidelijken. 

Meedoen

Spreekt het ontwikkelen van meer seriematig werken binnen de V&R opgave je aan en wil je meedenken én vooral meedoen in 2026? Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Voordelen van seriematig aanbesteden

Doel in het kader van de transitie

Om seriematig werken de standaard te maken is het belangrijk om de voordelen goed te communiceren. Dit doen we door al onze activiteiten heen. Op de Infratech, tijdens onze Transitiemotor, bij het maken van de Lonkend perspectief video’s. Overal waar we komen. Om onze communicatie kracht bij te zetten hebben we de voordelen op een rijtje gezet in de infographic hieronder, klik op het plaatje voor de grote versie.

Trajectresultaten

De Bouwcampus op Dag van de Infra

Tijdens de Dag van de Infrastructuur op 20 mei stond seriematig aanbesteden centraal in een rondetafelgesprek met onder andere Harald Versteeg. In het gesprek werd ingegaan op de vraag hoe de sector voldoende capaciteit behoudt voor grote opgaven zoals vervanging en renovatie, de energietransitie en woningbouw, en wat seriematig aanbesteden betekent voor kleinere infrabedrijven. Lees verder.

Geslaagde InfraTech 2025

De Bouwcampus was van 21 tot en met 24 januari 2025 prominent aanwezig op InfraTech 2025 in Rotterdam Ahoy. Het waren vier drukke en inspirerende dagen waarin we talloze bezoekers mochten verwelkomen in onze strategisch gelegen stand. Immers, om de beursvloer te betreden, konden bezoekers niet om De Bouwcampus heen. En dat zorgde voor een constante stroom van geïnteresseerde professionals, partners en andere bezoekers.

Onze stand bood een platform voor ontmoeting, inspiratie en samenwerking. Bekijk hier de aftermovie.

Regionale Samenwerking Opdrachtgevers

Doel in het kader van de transitie

Samenwerking tussen opdrachtgevers is cruciaal om de complexe vervangings- en renovatieopgave in de infrastructuur effectief aan te pakken. Omdat veel kunstwerken onderdeel zijn van een groter regionaal netwerk, overstijgt de verantwoordelijkheid vaak het belang van een individuele eigenaar. Door krachten te bundelen kunnen opdrachtgevers teams vormen die duurzaam leren, innoveren en investeren. Zo wordt niet alleen de continuïteit van projecten gewaarborgd, maar ook het functioneren van het gehele systeem veiliggesteld.

Ook vanuit bereikbaarheidsperspectief is samenwerking onmisbaar. Verkeers- en waternetwerken houden immers niet op bij gemeente- of provinciegrenzen, en werkzaamheden aan afzonderlijke kunstwerken hebben directe invloed op de doorstroming in een veel groter gebied. Alleen door gezamenlijk te plannen en af te stemmen kan hinder worden beperkt en blijven regio’s veilig en bereikbaar.

De betrokken partijen

Wie namen er allemaal deel?

In 2025 namen de volgende partijen deel aan dit traject:

  • Bouwend Nederland
  • Gemeente Breda
  • Gemeente Den Bosch
  • Gemeente Dongen
  • Gemeente Eindhoven
  • Gemeente Helmond
  • Gemeente Land van Cuijck
  • Gemeente Moerdijk
  • Gemeente Nuenen
  • Gemeente Oosterhout
  • Gemeente Oss
  • Gemeente Tilburg
  • Gemeente Veldhoven
  • Gemeente Vught
  • Gemeente Weert
  • NDW
  • Provincie Noord-Brabant
  • TNO

Waar staan we nu?

Op het gebied van samenwerkende opdrachtgevers in de vervangings- en renovatieopgave staan we nog in de beginfase van een bredere programmatische aanpak. Samenwerking tussen gemeenten gebeurt wel, vooral bij routinematige onderhoudswerkzaamheden zoals schoonmaken van de riolering of het onderhoud aan asfalt, maar bij complexere civiele kunstwerken zoals bruggen, sluizen en kademuren is samenwerken nog lastig. Belemmeringen zijn er genoeg: beperkte capaciteit en technische expertise, politieke verschillen tussen gemeenten, lokale belangen van MKB-aannemers en een risicomijdende cultuur die innovatie vertraagt. 

Tegelijkertijd zijn er koplopers, zoals grote steden die programmatisch werken en experimenteren met seriematig onderhoud en langjarige raamcontracten. Voor kleinere gemeenten zijn voorbeelden op hun eigen schaalniveau belangrijk om beweging te creëren. Kortom, samenwerking is aanwezig, maar nog niet op de schaal en structuur die nodig is om de V&R-opgave collectief en duurzaam aan te pakken.

Trajectresultaten

Droomsessie

De Bouwcampus werkt samen met TNO en NDW aan het verbinden van de werelden van Assetmanagement, Verkeersmanagement en productiviteit. In oktober heeft een droomsessie plaatsgevonden met de koplopers in deze vakgebieden, o.a. vanuit Zuid Holland Bereikbaar, SSRV Noord-Holland, en Gemeente Amsterdam. Het verslag hiervan lees je hier.

Brabants Infra Beheerders Overleg

De Bouwcampus ondersteunt een samenwerking in Brabant op het gebied van assetmanagement. Dit Brabants Infra Beheerders Overleg is gestart n.a.v. de werkgroep gemeentelijke Bruggen van De Bouwcampus in 2023.  Ook met de organisatie Zuid-Holland Bereikbaar is contact over het aansturen van de V&R opgave vanuit een regionaal belang van bereikbaarheid en hinder beperking. Lees hier hoe deze samenwerking er in de praktijk uitziet.

Uitvraag bij 24 inkooporganisaties

De vervangings- en renovatieopgave (V&R) in Nederland drukt zwaar op gemeenten. Bruggen, kademuren, wegen, kunstwerken, veel zijn tegelijk aan het einde van hun levensduur. Zeker kleinere gemeenten kampen met beperkte capaciteit, technische expertise en financiële armslag. De logische gedachte: meer samenwerken, standaardiseren, seriematig werken en gezamenlijk inkopen. Toch blijft de infra-sector grotendeels een lappendeken van lokale aanpakken.

Gezamenlijke inkoop betekent dat meerdere overheden samen één aanbesteding doen voor diensten of werken, vaak via een inkoopsamenwerkingsverband. De voordelen lijken evident: schaalvoordeel, minder administratieve last, sterkere onderhandelingspositie en kennisdeling. In sectoren als ICT, facilitaire diensten of wegenonderhoud gebeurt dit al decennialang. Denk bijvoorbeeld aan de gezamenlijke inkoop van wegenzout of rioolreiniging. Dit werkt goed omdat de werkzaamheden relatief routinematig zijn, met weinig variatie in kwaliteitseisen.

Lees hier alles over dit onderzoek.

De grote V&R enquete

Om een goed beeld te krijgen van hoe decentrale overheden met de Vervanging en Renovatieopgave van infrastructuur omgaan, heeft De Bouwcampus een landelijke enquête uitgezet. Met deze enquête hopen we inzicht te krijgen in hoe de V&R-opgave wordt aangepakt in de praktijk. We zijn benieuwd naar hoe prioriteiten worden gesteld, welke knelpunten er zijn op het gebied van financiering, capaciteit, samenwerking en datagebruik, en waar het juist goed gaat. Tegelijkertijd willen we de urgentie van de opgave breder onder de aandacht brengen én initiatiefnemers en vernieuwers vinden die willen bijdragen aan kennisdeling, vernieuwing of samenwerking. De resultaten vormen ook een belangrijke bouwsteen voor het organiseren van regionale bijeenkomsten over dit onderwerp.

Help ons mee een beeld te vormen over de V&R-opgave. Vul de enquête hier in!

Transitielessen

  • Kunstwerken maken vaak deel uit van een regionaal netwerk (wegen, water, bruggen, sluizen). Individuele aanpak leidt tot suboptimale resultaten: hinder, bereikbaarheid- of veiligheidsrisico’s. Alleen door gezamenlijk te plannen en af te stemmen kan de continuïteit van projecten en het functioneren van het systeem worden gewaarborgd.

  • Gezamenlijke inkoop biedt duidelijke voordelen Het bundelen van aanbestedingen via regionale samenwerking levert schaalvoordeel, administratieve vermindering, sterkere onderhandelingspositie en kennisdeling. Succesvolle voorbeelden bestaan in routinematige sectoren (wegenzout, rioolreiniging), maar de uitdaging is dit uit te breiden naar complexe en gevarieerde V&R-projecten

  • Uit de droomsessie met TNO, NDW en Zuid-Holland Bereikbaar kwam naar voren dat samenwerking niet alleen over assetmanagement gaat, maar ook over verkeersmanagement, het beperken van overlast en verhogen van de productiviteit. Een effectieve regionale aanpak vereist dus multidisciplinaire afstemming.

Praktijkvoorbeelden van seriematig werken

Doel in het kader van de transitie

Goed voorbeeld doet goed volgen. Het delen van goede praktijkvoorbeelden is dan ook essentieel om naar een nieuwe manier van werken te gaan. 

Trajectresultaten

De Transitiemotor

De TransitieMotor is een concept waarbij iedere keer een ander voorbeeld van seriematig werken wordt uitgelicht. We streven ernaar om elke maand een online lunchbijeenkomst te houden waarin medewerkers van een project vertellen over hun ervaringen met seriematig aanbesteden. Bekijk hier de edities van afgelopen jaar.

Hoe Vlaanderen meer dan 30 bruggen vernieuwt

Een unieke aanpak, gedragen door vertrouwen, samenwerking en durf. Vlaanderen vernieuwt meer dan 30 bruggen in één aanbesteding. Het is een schaal en aanpak die in Nederland tot nu toe ongekend is. Maar misschien wel precies is wat we nodig hebben. Een interview met  Nele Gheysens, projectmanager PPS Kunstwerken bij het Agentschap Wegen & Verkeer (AWV) en Michiel Maes, manager bedrijfsbureau bij TM Brugfabriek. Hun verhaal laat zien hoe een programmatische aanpak kan werken als samenwerking geen bijzaak is, maar de kern.

Lees hier het hele artikel.

Artikel EWmagazine: Nederland staat voor een megaklus

Harald Versteeg, benadrukt in dit artikel het belang van seriematig werken en licht daarbij een aantal voorbeelden uit, waaronder ‘Samen Slimmer Renoveren en Vervangen’ van Provincie Noord-Holland.

Ketensamenwerking

Doel in het kader van de transitie

De vervangings- en renovatieopgave vraagt om een fundamentele verandering in de manier waarop de gehele infrastructuurketen samenwerkt. Van opdrachtgevers en ingenieursbureaus tot aannemers, kennisinstellingen en leveranciers: ieder speelt een onmisbare rol in het vinden van duurzame en innovatieve oplossingen voor de V&R opgave. 

Wanneer deze partijen hun kennis en ervaring bundelen, ontstaat de mogelijkheid om projecten integraal te benaderen, waarbij ontwerp, realisatie en onderhoud beter op elkaar aansluiten. Dit vergroot de ruimte om te leren en te experimenteren, maar ook om risico’s gezamenlijk te dragen en investeringen rendabeler te maken. Door de keten als geheel te versterken, bouwen we niet alleen aan efficiëntere processen en betere resultaten, maar ook aan een toekomstbestendig netwerk dat de maatschappelijke opgaven van morgen aankan.

De betrokken partijen

Wie namen er allemaal deel?

In 2025 namen de volgende partijen deel aan dit traject:

  • Adonin
  • ArcelorMittal Projects Europe
  • Beens Groep
  • BLMC
  • Boer en de Groot
  • Boogaerdt Hout
  • Bouwend Nederland
  • Compass Infrastructuur Nederland
  • Damsteegt
  • De Klerk Waterbouw
  • De Koning
  • De Vries Werkendam
  • Delta Pi
  • Dieseko Group
  • DUC Marine Group
  • DuSpot
  • Dura Vermeer
  • Eemsdelta
  • EMHA BV
  • Fibercore
  • Gemeente Schouwen-Duiveland
  • Gemeente Utrecht
  • Geo2engineering
  • Gooimeer BV
  • Haasnoot
  • Hakkers
  • Haskoning
  • Heijnmans infra
  • Hoogheemraadschap van Rijnland
  • Hupkes Wijma
  • Ingenieursbureau van Amsterdam
  • Intra BV
  • Kade-inspectie BV
  • Key Staal BV
  • Koninklijke Metaalunie
  • Mobilis
  • Movares
  • Platform Bruggen
  • Port of Rotterdam
  • Provincie Fryslan
  • Provincie Noord Holland
  • Rijkswaterstaat
  • ROwat
  • SGS INTRON
  • Sterk
  • Tebezo
  • The Outsiders
  • TNO
  • TU Delft
  • TU Twente
  • TU Utrecht
  • Van den Biggelaar
  • Van den Herik-Sliedrecht
  • Van der Straaten Aanemingsmaatschappij
  • Van Heteren
  • Van Oord NEderland
  • Van 't Hek
  • Voorbij Funderingstechniek
  • VSF
  • Wagemaker
  • Waterschap Amstel Gooi en Vecht
  • Waterschap Rijn en IJssel
  • Waterschap Rivierenland
  • Witteveen+Bos

Waar staan we nu?

De V&R opgave verschuift van een traditionele projectmatige aanpak naar een meer programmatische en portfolio-gestuurde benadering, met bundeling van objecten, voorspelbare meerjarige programmering, sterkere ketensamenwerking en een groeiende inzet op digitalisering en datagedreven assetmanagement. Samenwerking tussen verschillende partijen opdrachtgever/opdrachtnemer komt steeds vaker voor. Zoals ook te zien is in de praktijkvoorbeelden.

Trajectresultaten

Operatie backstage

Hoe kiest een opdrachtnemer een opdrachtgever? Verschillende bedrijven deelden hun inzichten en gaven opdrachtgevers een beter beeld van de keuzes die marktpartijen maken. De discussie draaide onder andere om hoe opdrachtgevers aantrekkelijker kunnen worden voor inschrijvingen en hoe aanbestedingsprocedures efficiënter en realistischer kunnen worden ingericht. Verschillende marktpartijen gaven aan dat langdurige relaties en continuïteit een grote rol speelt bij het inschrijven op opdrachten.

Bekijk hier de video van onze Operatie Backstage bijeenkomsten.

Platform Damwanden

In juni 2024 werd de eerste Damwandendag georganiseerd, waarbij de hele keten samenkwam om de belangrijkste uitdagingen binnen de sector te identificeren. Dit leidde tot de oprichting van verschillende werkgroepen die zich momenteel actief bezighouden met het aanpakken van deze vraagstukken. De werkgroepen focussen zich op de volgende thema’s:

  • Circulariteit en hoogwaardig hergebruik: Het stimuleren van duurzame oplossingen en het hergebruik van damwanden.
  • Extra functionaliteit damwanden: Het ontwikkelen van innovatieve toepassingen voor damwanden, zoals energieopwekking of ecologische integratie.
  • Samen leren en innoveren: Het bevorderen van kennisdeling en samenwerking tussen partijen om innovatie te versnellen.
  • Onderhoud en monitoring: Het verbeteren van onderhoudsstrategieën en het monitoren van damwanden voor een langere levensduur.
  • Contractlandschap: Het optimaliseren van contractvormen en samenwerking tussen opdrachtgevers en opdrachtnemers.

Door een open community te creëren waarin zowel successen als uitdagingen worden besproken, kunnen we gezamenlijk leren wat werkt en wat beter kan. Dit vraagt om een bredere blik en een mentaliteit waarbij sectorale grenzen worden overstegen, zodat we samen de waterbouwkundige uitdagingen van de toekomst kunnen aangaan.

Bekijk hier de verslagen van de bijeenkomsten in 2025:

Transitielessen

  • Zowel opdrachtgevers als marktpartijen moeten nog wennen aan het idee van een ander systeem op schaal van de nationale opgave. We willen toewerken naar gezamenlijke uniforme functionele eisen, die standaardoplossingen vanuit de markt mogelijk maken.  
  • Er is een gebrek aan gesprekken tussen opdrachtgevers en marktpartijen (bouwers en de leveranciers, onderaannemers daar achter) over wat zij nodig hebben om te leren, innoveren en te investeren.

Operatie Backstage als podium voor wederzijds begrip in de infrasector

Ze stonden aan de basis van een evenement dat het perspectief in de Nederlandse infrasector wil kantelen: Operatie Backstage. Hans Dussel, directeur Inkoop- en contractmanagement bij Rijkswaterstaat, en Sander den Blanken, directeur bij BAM Infra Nederland, bedachten samen met Olaf Dirkx, algemeen directeur van Wagemaker, het initiatief om opdrachtgevers een kijkje in de keuken van marktpartijen te geven. Een backstage tour, letterlijk en figuurlijk, die hard nodig bleek. “We denken vaak dat we elkaar begrijpen, maar in de praktijk weten we weinig van elkaars wereld”, zegt Den Blanken.

Hoewel ze zelf niet aanwezig waren bij de eerste editie van Backstage in februari in Zoetermeer, zijn ze beiden vanaf de start nauw betrokken. “Wij deden in december al een try-out in de Bijlmerbajes,” vertelt Den Blanken. “Eenzelfde opzet, waarbij we lieten zien: dit is wat wij doen, dit is waarom we doen wat we doen. Het was de generale repetitie.”

Operatie Backstage ontstond na de Infra Marathon in mei vorig jaar. “Het was overigens geen eureka-moment,” benadrukt Dussel, “maar eerder het besef van een langdurig proces: als je echt wil veranderen, moet je elkaar beter leren begrijpen.” Volgens Den Blanken komt dat begrip pas als je verder kijkt dan het papierwerk van een tender. “Zolang je alleen reageert op wat er wordt uitgevraagd, blijft iedereen in zijn eigen tunnel. Terwijl het echte gesprek gaat over waarom die uitvraag überhaupt zo is vormgegeven, en waarom het misschien anders zou moeten.”

Dat betekent in de visie van het tweetal ook kwetsbaarheid tonen. Dussel: “Als ik weet dat BAM bij een tender keuzes moet maken op basis van strategie, CO₂-plafonds, capaciteit of risico’s, dan kan ik veel beter beoordelen of mijn uitvraag reëel is. En als Sander mij uitlegt dat een A4’tje aan antwoord vaak een hele rits aan interne stappen vereist met alle bijbehorende kosten, dan heeft dat effect op hoe ik die tender opstel.”

Van argwaan naar openheid

Lang heerste de gedachte dat je als opdrachtgever en opdrachtnemer buiten de formele procedures om, nauwelijks met elkaar mocht praten. “Er zat veel schroom op,” zegt Dussel. “Maar ook onbegrip,” zegt Den Blanken. “Marktconsultaties waren vaak een toneelstukje. Niemand durft daar echt iets te zeggen. De angst om concurrentiegevoelige informatie prijs te geven is groot.”  Volgens hem is daarom openheid juist hard nodig. “We kijken vaak met wantrouwen naar elkaar. Maar als je iemand twee dagen meeneemt in jouw wereld, dan zie je: we zijn met dezelfde dingen bezig. We willen Nederland mooier en duurzamer maken. Alleen doen we dat vanuit een ander perspectief. En ja, het helpt als je dat perspectief snapt.”

De eerste editie van Operatie Backstage in het Bouwhuis van Bouwend Nederland bleek een succes. Opdrachtgevers hoorde in verschillende sessies hoe opdrachtnemers uitvragen beoordeelden. De discussies draaiden onder andere om hoe opdrachtgevers aantrekkelijker kunnen worden voor inschrijvingen en hoe aanbestedingsprocedures efficiënter en realistischer kunnen worden ingericht.

Een begin

Of Operatie Backstage hét antwoord is op de uitdagingen in de infrasector? “Geen idee,” zegt Den Blanken nuchter. “Maar het is een begin. We moeten een cultuur creëren waarin nieuwsgierigheid en openheid vanzelfsprekend zijn. Niet alleen bij directies, maar ook bij jonge professionals.” Dussel knikt. Zijn advies aan jonge professionals over samenwerken aan publieke projecten? “Blijf in gesprek met je studiegenoten. De ene werkt straks bij een bouwbedrijf, de ander bij een overheidsinstantie. Je hebt vier jaar naast elkaar in de collegebanken gezeten. Dan kan het toch niet zo zijn dat je in je werkende leven tegenover elkaar komt te staan?” Den Blanken vult aan: “Ga ook op meerdere stoelen zitten. Werk bij een opdrachtgever, een ingenieursbureau, een marktpartij. Zo leer je hoe het systeem werkt. En als dat niet lukt: wees op z’n minst nieuwsgierig naar de afwegingen van een ander. Waarom doet iemand wat hij doet?”

Verantwoordelijkheid nemen

Zoals aangegeven smaakt het succes van de eerste sessie naar meer. Inmiddels staan er twee nieuwe edities van Operatie Backstage op de planning. En beide heren zijn van plan aanwezig te zijn. “Ja, het kost tijd,” lacht Den Blanken. “Maar tegen iedereen zou ik willen zeggen; eigenlijk is dit gewoon onderdeel van je werk. Nieuwsgierig zijn, uitleggen wat je doet, laten zien wat je nodig hebt om samen verder te komen.” Dussel is het roerend met hem eens. “Mijn taak is niet om zo veel mogelijk concurrentie te organiseren. Mijn taak is dat er projecten worden gerealiseerd. Dat Nederland bereikbaar, veilig en leefbaar blijft. En dat lukt alleen als we elkaar écht begrijpen.”

Operatie Backstage is een samenwerking van BAM Infra Nederland, verschillende marktpartijen en De Bouwcampus. 

Industrialisatie Woningbouw

Versnelling en opschaling van geïndustrialiseerde nieuwe woningen

Doel in het kader van de transitie

Industrialisatie is een middel om een aantal dilemma’s in de bouw structureel op te lossen. De woningbouwcrisis biedt de kans om via industrialisatie de bouw te versnellen, te verduurzamen, de arbeidsproductiviteit te verhogen, gezond rendement te behalen en continu te vernieuwen. De Bouwcampus jaagt de transitie naar duurzaam bouwen aan. Wij anticiperen op schaarste in woningen, arbeidskrachten, ruimte en grondstoffen. Alleen een systemische vernieuwing leidt tot industrialisatie en de daarmee verwachte versnelling van woningbouwontwikkeling en –productie, verduurzaming (biobased en circulair) en kostenreductie. Een kritisch continu volume is nodig om dit ingrijpende transitieproces op gang te brengen.   

Onze transitiedoelstelling is daarom 50 procent industriële woningbouw (IW) in 2030. Als dit lukt, heeft industrialisatie significant bijgedragen aan het oplossen van de huidige woningbouwcrisis. En het lukt als wij nu samen kiezen voor een industrieel ontwikkel- en realisatieproces; oftewel vergaande industrialisatie van de woningbouw! 

De betrokken partijen

  • Provincie Zuid-Holland
  • de Verstedelijkingsalliantie
  • Aedes
  • NEPROM
  • De Innovatieversneller

2025 einde van het IW-programma

Sinds 2015 zet de woningmarkt serieuze stappen richting meer prefabricage en de inzet van geïndustrialiseerde woningbouwsystemen. Vooral de snelle opmars van houtbouwsystemen en de beschikbaarheid van (massieve) houten halffabrikaten zoals CLT en LVL hebben hieraan bijgedragen. Maar bijvoorbeeld ook de stikstof lockdown en de vraag naar emissieloze bouwsystemen hebben, samen met de behoefte aan energetische verduurzaming en het gebrek aan arbeidskrachten voor het zware werk in de bouw, deze ontwikkeling gestimuleerd.

De focus en regie vanuit BZK/VRO op het stimuleren van industriële woonproducten hebben dit proces sinds 2021 serieus versneld. Zo herhaalde bijvoorbeeld minister Hugo de Jonge consequent de boodschap, dat industriële woningbouw een belangrijk wapen is in de strijd tegen de woningnood. En ook zijn opvolger Mona Keizer als minister van Volkshuisvesting & Ruimtelijke Ordening streeft naar een substantieel aandeel van geïndustrialiseerde woningen binnen de totale woningbouwopgave. Daarnaast zijn er verschillende programma's gericht op versnelling door woningbouwindustrialisatie begonnen. Dit als direct gevolg van acties uit het BZK-programma 'conceptuele bouw en industriële productie'.

Zo zijn er momenteel verschillende woningbouwfabrieken operationeel die gezamenlijk jaarlijks minimaal 15 tot 30.000 woningen zouden kunnen leveren. Kunnen met een hoofdletter K, want dit potentieel wordt namelijk nog lang niet volledig benut. En dat terwijl de beschikbare capaciteit veel meer dan een druppel op de gloeiende plaat kan zijn om snel betaalbare woningen te realiseren. In het huidige regeerakkoord staat zelfs dat er jaarlijks 50.000 geïndustrialiseerde woningen moeten worden gerealiseerd.

Waar deze opkomende industrie op de eerste plaats behoefte aan heeft is continuïteit. En dan gaat het vooral om een constant productievolume (met een minimale bezettingsgraad op jaarbasis van 75-80%) en eenduidige prestatienormen (van projectspecifiek naar product-/systeemstandaarden). Daarnaast is er voor het verkrijgen van vertrouwen op de lange termijn een consistent beleid en regie nodig. Dit stelt de aanbodzijde namelijk in staat om te groeien en te blijven investeren in meer industriële productievoorzieningen en het verbeteren van het aanbod.

De huidige aandacht aan de vraagzijde draagt ook bij aan dit vertrouwen. Woningbouwcorporaties zetten bijvoorbeeld collectief vraag uit in de vorm van productmarktcombinaties. Maar ook aanpalende marktsegmenten zoals de flexmarkt (met onder andere semi-permanente woningen), de renovatiemarkt, de versterking van binnensteden door industriële optopping, transformatie met industriële inbouwcomponenten, en scholenbouw (zoals de IPS tender in Amsterdam) stimuleren de industriële industrie op positieve wijzen. Immers, ook deze ontwikkelingen zorgen voor continuïteit in productievolume. En daarmee dus ook de basis voor echte versnelling, verduurzaming en betaalbaarheid door een meer industriële procesinrichting aan de voorzijde van het ontwikkeltraject. Dit alles benadrukt de noodzaak om in te zetten op een middellange termijn markttransitie, waarmee veel meer problemen en maatschappelijke uitdagingen kunnen worden aangepakt dan alleen de woontekorten.

In oktober hebben we samen met Binnenlandse Zaken besloten dat deze koersaanpassing en focus gewenst is. Inmiddels was er intern ook besloten om naast de huidige industriële transitie-aanpak een separaat Optop programma vanuit Binnenlandse Zaken in te richten. Er kwam tevens een verzoek voor de evaluatie van het Programma conceptuele bouw en industriële productie van april 2021 n.a.v. kamervragen (motie Grinswen dd 30 mrt 2023)

Er is besloten om het bestaande programma te continueren met een afgeslankte begroting en dus ook takenpakket. Waarbij inzet IW brigadiers (actielijn 1) en inzet regionale IW programma’s i.s.m. de regionale innovatiehubs voorlopig on hold staat. Andere actielijnen worden doorgezet en De Bouwcampus neemt de uitvoering van de evaluatie van het Programma ‘conceptuele bouw en industriële productie’ van Binnenlandse Zaken op in de uitvoering. Op basis van de uitkomsten van deze evaluatie en actualisatie wordt ook een nieuw programmavoorstel vanuit De Bouwcampus aan Binnenlandse Zaken gedaan voor de periode 2024-2025. Zie hiervoor:

Zet de Woningbouw Aan

In 2025 heeft Zet De Woningbouw Aan (ZDWA) zich verder ontwikkeld tot hét landelijke platform voor iedereen die serieus werk maakt van woningbouwversnelling. Wat begon als een aanjaaginitiatief rond industrieel en conceptueel bouwen, groeit steeds nadrukkelijker uit tot een verbindend kennis- en inspiratieplatform voor overheden, corporaties, bouwers en ontwikkelaars.

Op ZDWA bundelen we nieuws, praktijkverhalen en achtergronden over industriële woningbouw, flexwoningen, optoppen en circulair hergebruik. Niet als losse verhalen, maar als bouwstenen voor opschaling. Centraal staat daarbij De Versnellerskaart: een steeds rijker gevulde kaart met concrete projecten die laten zien dat sneller, voorspelbaarder en slimmer bouwen geen theorie is, maar praktijk.

Met een groeiend bereik, intensievere samenwerking met partners en een duidelijke koppeling aan het Innovatie- en Opschalingsprogramma Woningbouw, heeft ZDWA zich in 2025 stevig gepositioneerd als hét platform waar versnelling zichtbaar en navolgbaar wordt gemaakt. Hier komt de beweging samen  en wordt zij verder aangejaagd.

Ga naar www.zetdewoningbouwaan.nl.

Drie keer ZDWA-magazine

In 2025 verscheen het digitale ZDWA-magazine drie keer als verdiepend verlengstuk van het platform Zet De Woningbouw Aan. Waar het platform vooral de actualiteit volgt, biedt het magazine ruimte voor duiding, reflectie en inspirerende praktijkverhalen uit de volle breedte van de woningbouwversnelling.

Elke editie bracht een mix van interviews, achtergrondartikelen en concrete voorbeelden over onder meer industriële bouwstromen, samenwerking in de keten, innovaties in de praktijk en de rol van opdrachtgevers en overheden bij het organiseren van continuïteit en schaal. Daarmee groeide het magazine uit tot een waardevolle kennisbron voor professionals die niet alleen willen volgen, maar ook willen begrijpen en toepassen.

Met drie goed gelezen edities heeft het ZDWA-magazine in 2025 bijgedragen aan het versterken van de beweging rond sneller, voorspelbaarder en toekomstbestendig bouwen. Ga hier naar het ZDWA-magazine.

Transitie in de Praktijk: Steenzicht en Waldorp Four

“Hoe gaan we de woningbouw versnellen?”, luidt de centrale vraag van deze derde editie van Transitie in de praktijk. We brengen in deze editie een bezoek aan twee projecten: Steenzicht en Waldorp Four in Den Haag. De twee woningbouwprojecten, die industrieel worden uitgevoerd, vormde vervolgens het vertrekpunt voor een dialoog hoe we de woningbouw echt kunnen gaan versnellen. Bekijk de video hier.

Transitielessen

  • Als gemeenten, provincies, ontwikkelaars en woningcorporaties hun woningvragen bundelen, dan levert dat meer continuïteit en zekerheid op voor aanbieders.
  • Op technisch vlak is er veel onderzocht en ontwikkeld, maar toch komt industrialisatie niet van de grond. Integraal werken en ontwikkelen binnen de huidige wetgeving, bestaande bureaucratie en marktwerking is enorm complex.
  • Flexibele, hoogwaardige en industrieel vervaardigde woningbouwconcepten kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan de continue bouwstroom omdat deze minder afhankelijk zijn van het personeelstekort.

Atto Harsta en Chris Aerts over IW- programma 

‘We gaan voor een systeemveranderingm’

Atto Harsta, transitiemanager bij De Bouwcampus heeft het haarscherp voor ogen. De afgelopen jaren is hard gewerkt aan het op gang brengen van een industriële woningbouwproductie om sneller woningen aan de voorraad toe te voegen. “En dat is heel goed geweest. We gaven het een plek in het traditionele projectontwikkelings- en bouwproces. Willen we écht substantieel versnellen, dan moeten we de overstap maken naar een nieuw systeem vormgegeven op een manier van (samen)werken die digitalisering en industriële productie mogelijk maakt.”

Het lonkende perspectief is in zijn ogen een circulaire waardeketen met een integraal realisatieproces. “We gaan dan op basis van een volledig digitale en industriële procesaanpak woningen realiseren. En niet alleen sneller maar vooral ook met kwaliteit die past bij de vele maatschappelijke opgaven waar we nu voor staan.”

Samen met digitalisering en industrialisatie expert Chris Aerts heeft Harsta het programma conceptuele bouw en industriële bouw geëvalueerd. Prefabricage en de inzet van geïndustrialiseerde woningbouwsystemen hebben in de afgelopen jaren een flinke opmars gemaakt. Zeker de laatste jaren zien veel partijen, met het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (voorheen BZK) voorop, dat we met sterk geïndustrialiseerde bouwsystemen de woningbouw kunnen versnellen. “En dat leidt zeker tot een versnelling,” zegt Harsta, “als deze woningproducten op voorraad staan en dus kunnen worden ingekocht en vervolgens op de locaties worden geplaatst.”

‘Dan heb je het dus echt over een wezenlijke versnelling. Om dit te bereiken, moeten we naar een circulaire waardeketen.’

De praktijk blijkt echter een stuk weerbarstiger. De woningen staan immers niet op voorraad en worden door de fabrieken pas geproduceerd als er een opdracht is binnengehaald. “Maar er moeten ook nog locaties worden gevonden en alle inspraakprocedures moeten worden doorlopen. Feitelijk is er dus een scheiding tussen enerzijds het ontwikkelproces en anderzijds het realisatie- en bouwproces.” De programma’s en initiatieven die er in de afgelopen jaren geweest zijn focusten vooral op het industrialiseren van het productieproces. “Dus industrieel bouwen en niet-industrieel ontwikkelen én bouwen.”

Suboptimalisaties

Volgens het tweetal is dit een wezenlijk verschil. “In Nederland,” verduidelijkt Harsta, “duurt een gemiddelde woningbouwontwikkeling van planvorming tot oplevering tien jaar. Zoals we het nu doen, dus richten op industrieel bouwen, brengen we dat met pakweg één, maximaal twee jaar terug.” “Dat komt,” vult Chris Aerts aan, “omdat het vooral gaat om suboptimalisaties. Het bestaande product wordt met kleine stapjes beter gemaakt. Maar het totale systeem, zeg maar het grote plaatje, blijft buiten beschouwing.” En dat is in zijn ogen essentieel om echt te versnellen. Immers, een systeemoptimalisatie brengt de gemiddelde bouwontwikkeling terug naar drie jaar. Harsta: “Dan heb je het dus echt over een wezenlijke versnelling.” Om dit te bereiken, moeten we naar een circulaire waardeketen. Dat betekent een integraal realisatieproces door woningen te gaan bouwen op een volledig digitale en industriële wijze. Kern van de circulaire waardeketen is dat bijvoorbeeld ook de exploitatie- en beheerfase worden meegenomen. “Wanneer je de maatschappelijke kosten en baten mee gaat rekenen, wordt de concurrentiepositie van dit ontwikkel-, realisatie- en exploitatiemodel gunstiger dan van woningen uit het traditionele proces.”

Stappen

Het tweetal beseft dat we nog aan het begin staan, als het gaat om denken in circulaire waardeketen en modellen. “Daar moeten we de komende jaren aan gaan werken,” erkent Harsta. En dat geldt evenzeer voor zaken als digitalisering en parametrisch ontwerpen. Aerts: “Bedrijven kunnen, zeker als het gaat om digitalisering, nog heel veel stappen maken. Ik zie kansen om vaker informatie digitaal vast te leggen en opnieuw te gebruiken. Ik verwacht dat architecten, ontwikkelaars en bouwers in de toekomst gaan ontwerpen via de cloud met productiemogelijkheden van aanbieders. Alle partijen in de keten zullen real-time digitaal met elkaar in verbinding staan. Ontwerpvarianten worden gegenereerd en direct gevalideerd.”

‘De systeemtransitie vraagt ook om een gezamenlijke taal’

Als het gaat om de huidige industriële producten, is er eveneens verbetering nodig. “Dan heb ik het over de uitstraling, de architectuur en mogelijkheid om die simpel aan lokale wensen aan te passen,” zegt Harsta. Ook ziet hij nu verschillende fabrieken worstelen met het vraag-aanbodvraagstuk. Productielocaties moeten productie kunnen maken en investeren in bijvoorbeeld robotisering om de kosten te drukken. “Maar die investeringen,” benadrukt de transitiemanager, “zijn immens en geen bank gaat dat financieren als er geen concrete afnamecijfers zijn. Daarom stellen wij het realiseren van een industrieel motorblok voor. Dus of het nu gaat om nieuwbouw, optoppen of transformatietrajecten, naar industrieel vervaardigde concepten wordt gekeken. En dan eigenlijk bouwbreed, dus ook commercieel vastgoed en scholen. Er moet volume komen.” Aerts: “Je ziet nu dat fabrieken vooral ook voor de eigen productie produceren. Het is echter ook denkbaar dat ze als een white-label voor concullega’s producten gaan maken. De komende jaren zullen we ingrijpende veranderingen zien in de manier waarop we modulaire gebouwelementen produceren. Door de vooruitgang op het gebied van kunstmatige intelligentie worden robots slimmer waardoor deze robots eenvoudiger complexe gebouwonderdelen kunnen maken. Een voorbeeld zal de intrede van de humanoïde robot zijn in industriële productiefaciliteiten. Door verdere robotisering is een digitale en verbonden keten noodzakelijk.”

Focus

Om dit alles te bereiken is het wel nodig dat de focus op de langere termijn komt te liggen. “Mijn pleidooi richting VRO is dan: ga niet als een dolle achter allerlei acute woningbouwvraagstukken aanrennen. Maar stel daarbij juist de vraag: waar willen we dat de bouw in 2030 en 2050 staat. En,” voegt hij er in één adem aan toe, “de systeemtransitie vraagt ook om een gezamenlijke taal. Daar willen we ook met alle partijen aan werken. Dat we hetzelfde eindbeeld voor ogen hebben, dezelfde digitale en industriële bouwstenen gaan gebruiken en ook de sociale innovaties die noodzakelijk zijn voor de acceptatie begrijpen.”

Innovatie en Opschaling Woningbouw (IOP)

Versnellen van de woningbouw

Programma Innovatie en Opschaling Woningbouw

In 2025 heeft het Innovatie & Opschalingsprogramma Woningbouw (IOP) verder vorm gekregen als aanjager van structurele woningbouwversnelling. Binnen dit landelijke programma is De Bouwcampus verantwoordelijk voor Programmalijn 1, gericht op het opschalen van industrieel en conceptueel bouwen, de Broedplaats  en voor de twee belangrijkste versnellers: Industriële Bouwstromen en Type- en Systeemgoedkeuring.

Het programma vertrekt vanuit een heldere noodzaak: met traditionele bouwmethoden halen we de woningbouwopgave niet. Nederland heeft jaarlijks circa 100.000 nieuwe woningen nodig, waarvan een groot deel betaalbaar moet zijn. Door in te zetten op industrialisatie, standaardisatie en digitalisering wordt bouwen sneller, voorspelbaarder en minder afhankelijk van schaarse capaciteit.

In 2025 is gewerkt aan het organiseren van continuïteit in vraag en aanbod via bouwstromen, het verkorten van doorlooptijden door type- en systeemgoedkeuring en het wegnemen van belemmeringen in regelgeving en samenwerking. Daarmee draagt Programmalijn 1 concreet bij aan de ambitie om richting 2030 de helft van de nieuwbouw industrieel te realiseren en woningbouw structureel te versnellen.

Waar staan we nu

De laatste maanden van 2025 markeren een duidelijke overgang binnen het Innovatie- en Opschalingsprogramma van opbouw naar samenhang en versnelling. Waar de eerste fase vooral in het teken stond van structureren, verkennen en verbinden, ontstaat nu steeds meer een integraal geheel waarin lijnen elkaar versterken. Binnen Programmalijn 1 werken we zichtbaar aan de voorwaarden voor grootschalige industriële woningbouw. Dit doen we met aandacht voor ruimtelijke kwaliteit, cultuurverandering in de sector, goed opdrachtgeverschap, een gezamenlijke taal voor industrieel bouwen en een stevig fundament voor monitoring en data. Ook het imago en de zichtbaarheid van industrieel bouwen krijgen nadrukkelijk aandacht, onder meer natuurlijk via het platform Zet de Woningbouw Aan en het ZDWA-magazine.

Versneller Industriële Bouwstromen

De Versneller Industriële Bouwstromen laat in meerdere regio’s tastbare beweging zien. Zo wordt in Limburg gewerkt aan een eerste bouwstroom van circa 1.500 woningen en groeit het ecosysteem rond gemeenten, provincie en marktpartijen zichtbaar naar elkaar toe. In de Metropool Regio Amsterdam bereiden gemeenten zich voor op locaties waar industrieel bouwen daadwerkelijk kan landen. Met de zogenoemde Bouwstromen Barometer gaan we dit jaar de werking van bouwstromen inzichtelijk maken. Tegelijkertijd bouwen we landelijk aan kennisontwikkeling, onderzoek, monitoring en een gedeeld narratief over bouwstromen als motor voor versnelling.

Versneller Type- en systeemgoedkeuring

Ook de Versneller Type- en systeemgoedkeuring boekt met de FastLane vooruitgang: in praktijkregio’s wordt gewerkt aan typegoedkeuring, slimmere toetsingskaders en een voorspelbaarder vergunningsproces. De eerste contouren van een landelijke implementatie-infrastructuur beginnen zich af te tekenen, gekoppeld aan digitalisering, landelijke standaarden en opleidingsvraagstukken.

De Broedplaats

De Broedplaats ontwikkelt zich ondertussen steeds nadrukkelijker tot de verbindende ontwerpkern van het programma, waar uitvoeringsvragen, reflectie en experiment samenkomen. Via broedplaatslabs, ontwerpsessies en consultaties wordt gewerkt aan het ‘Ideaal Proces’ voor toekomstbestendige gebiedsontwikkeling, met steeds meer aandacht voor thema’s als klimaatadaptatie en datagedreven sturen. Ook bestuurlijk en financieel wint het IOP aan positie, met onder andere aandacht voor industriële bouw, fastlanes en typegoedkeuring in landelijke beleidsvorming en de start van financiële tafels rond knelpunten en oplossingen.

Kortom, met een flink versterkt team en scherpere instrumenten staat het IOP aan het begin van een nieuwe fase, waarin implementatie en opschaling steeds centraler komen te staan.

'Samen versnellen we de woningbouw'

Nicole Maarsen bestuurlijk aanjager Innovatie & Opschalingsprogramma Woningbouw

“Wij moeten laten zien dat we met concrete maatregelen het verschil kunnen maken en dat gemeenten, bouwers en woningzoekenden daar écht iets aan hebben. Wij doen niet aan luchtfietserij.” Dat zegt Nicole Maarsen werkzaam bij het ministerie van VRO en bestuurlijk aanjager van het Innovatie & Opschalingsprogramma Woningbouw (IOP). Een gesprek over rollen, de urgentie om woningbouw te versnellen en het plukken van laaghangend fruit. “Daarmee boeken we direct resultaat en laten we zien dat de winkel open is.”

De woningbouw in Nederland piept en kraakt. Gemeenten hebben te weinig capaciteit, procedures duren te lang en de bouwsector loopt vast in stroperige processen en oplopende kosten. Tegelijkertijd zijn er volop innovaties die bewijzen dat het sneller, duurzamer en betaalbaarder kan. Het Innovatie & Opschalingsprogramma Woningbouw (IOP) is vorig jaar tijdens de Woontop in het leven geroepen om die versnelling te realiseren.

Toen Maarsen in haar rol als bestuurlijk aanjager stapte, aarzelde ze. “We bouwen het programma stap voor stap verder uit, met inmiddels een stevige basis van partners en initiatieven. Dan ben je geneigd bescheiden mee te bewegen en te wachten tot iedereen het eens is. Maar inmiddels weet ik: als we bottom-up wachten tot alle neuzen dezelfde kant op staan, zijn we drie jaar verder. Als bestuurlijk aanjager help ik richting te geven namens een breed netwerk van Rijk, gemeenten, bouwers en corporaties. Samen zetten we de eerste stappen.”

Die omslag past volgens Maarsen ook goed bij de functie van bestuurlijk aanjager: tussen beleid en praktijk in staan, signalen ophalen en vertalen, maar ook richting geven. “Ik zie mezelf als ambassadeur van kansrijke innovaties. Er is al zó veel dat werkt, maar te weinig bekendheid krijgt. Die innovaties verdienen het om opgeschaald te worden. Durven doen en niet wachten tot ze tot in perfectie zijn uitgedacht. Dat is waar ik mijn energie op wil inzetten.”

Flexwonen

De ervaringen met het programma Flexwonen, waarin Maarsen nauw betrokken was, vormen daarbij een belangrijke basis. “We moesten toen in korte tijd fatsoenlijke huisvesting realiseren voor de instroom van Oekraïense vluchtelingen. Industriële bouw bood de oplossing. Wat ik daar heb geleerd? Dat de kwaliteit van industrieel gebouwde woningen permanent hoog is en verrassend flexibel. Architectonisch kan er veel meer dan mensen denken. Maar ik heb ook gezien hoe hardnekkig de weerstand is. ‘Not in my backyard’ is immers nog steeds een knetterhard principe.”

Tegelijkertijd overheerst bij haar ook trots. “Het was echt niet makkelijk en de kritiek was soms erg stevig, maar we hebben bewezen dat industriële bouw meer is dan het neerzetten van tijdelijke dozen. Inmiddels hoor je zelfs mensen als Peter Boelhouwer zeggen dat we structureel 15 procent flexwoningen nodig hebben.” Er verschijnt een glimlach op haar gezicht als ze er fijntjes aan toevoegt: “Dan denk ik toch, ‘de aanhouder wint’.”

Innovatie­motor

Het IOP is opgezet om innovaties die al bestaan of nog in de kinderschoenen staan toepasbaar te maken en op te schalen. “We noemen onszelf de innovatiemotor achter de versnelling van de woningbouw. Denk aan industriële bouw, type- en systeemgoedkeuringen, een snellere vergunningsverlening en datagedreven gebiedsontwikkeling. Allemaal concepten die ontwikkeld zijn, maar nog onvoldoende breed worden toegepast. Onze drive is om die landelijk beschikbaar te maken.”

Maarsen benadrukt dat het niet alleen om versnelling gaat. “De woningbouw moet ook duurzamer en betaalbaarder worden. Daarvoor hebben we meer arbeidsproductiviteit nodig én nieuwe ideeën. Netcongestie, water, bodem, er komen zoveel uitdagingen op ons af die om creatieve oplossingen vragen. Het IOP moet daar ruimte voor maken.”

Kort samengevat behelst het IOP vier programmalijnen. Programmalijn 1, Conceptueel en industrieel bouwen, schaalt fabrieksmatig bouwen op zodat woningen sneller, betaalbaarder en duurzamer beschikbaar komen. Dit met als ambitie dat in 2030 de helft van de nieuwbouw industrieel is. Data en digitalisering vormen Programmalijn 2 met als doel het ontwikkelen van digitale vergunningverlening, datagedreven gebiedsontwikkeling en slimme bouwoplossingen. Programmalijn 3, Innovatieve oplossingen, richt zich op het doorbreken van hardnekkige knelpunten, zoals netcongestie en emissievrije logistiek, met als doel 25 procent kortere doorlooptijden te realiseren. Programmalijn 4, Maatschappelijke innovaties in gebiedsontwikkeling, verbindt wonen aan gezondheid, klimaat en leefbaarheid via bijvoorbeeld nieuwe financieringsvormen, standaardaanpakken en voorbeeldprojecten die laten zien dat het wél kan. Tevens is er volop aandacht voor de Europese wet- en regelgeving.

Hoofdlijnen

Het programma werkt volgens drie hoofdlijnen: kennis ontwikkelen, toepassen en opschalen. “We hebben een broedplaats ingericht om te zorgen dat die drie hoofdlijnen elkaar versterken.” Die integraliteit is volgens Maarsen cruciaal. “Bouwstromen bestaan al, maar lopen nog steeds door traditionele processen. Pas als we bijvoorbeeld fast lanes en typegoedkeuringen eraan koppelen, maak je echt het verschil. Dat vergt samenwerking tussen gemeenten, corporaties en bouwers. Het is die verbinding die wij als programma moeten leggen.”

Binnen het IOP is veel aandacht voor ‘versnellers’: maatregelen die in de vier programmalijnen direct resultaat kunnen opleveren. “Zie het als het laaghangend fruit. We zijn van start gegaan met een paar versnellingspakketten die al toepasbaar zijn. Daarmee kunnen we laten zien dat het wél kan. Want we kunnen niet jarenlang blijven praten daarvoor is de urgentie is te groot. De winkel is open.”

Die urgentie is voelbaar, ook in de politiek. Er ligt een ambitie dat in 2030 de helft van alle woningen industrieel gebouwd moet zijn. “Dat percentage is niet in beton gegoten, maar het geeft wel de richting aan: grootschalige industrialisatie is noodzakelijk om de woningbouwopgave te halen. Het mooie is”, voegt ze er in één adem aan toe, “dat we ook daadwerkelijk beweging zien. In 2024 zijn er zo’n 15.000 woningen industrieel gebouwd, in 2025 verwachten we 22.000. Het draagvlak voor industrialisatie groeit snel. Steeds meer partijen zien dat we zonder grootschalige toepassing de woningbouwopgave niet halen.”

Kantelpunt

Wanneer is het programma echt op de rails? “Ik denk dat 2026 ons kantelpunt wordt. Dan moet blijken of we structurele oplossingen hebben voor de continue vraag van industriële bouwers en of we financiële randvoorwaarden beter hebben georganiseerd. Als we dan ook één of twee gemeenten kunnen laten zien waar fast lane, typegoedkeuring en bouwstroom samenkomen, dan weet ik dat we op de goede weg zijn.”

Na een korte stilte zegt ze: “We zijn bij het IOP niet bezig met luchtfietserij. Wij werken aan oplossingen die gemeenten ontlasten, bouwers voorspelbaarheid geven en woningzoekenden sneller betaalbare kwaliteit opleveren. We brengen met elkaar een beweging op gang die laat zien dat industrieel en innovatief bouwen de norm kan worden. De ambities zijn hoog, de uitdagingen groot. Tegelijkertijd laten we nu al zien dat het werkt, van de eerste gemeenten die digitale fast lanes toepassen tot projecten waarin typegoedkeuring en industriële bouw hand in hand gaan. De komende jaren breiden we dit verder uit. Nu is het zaak om door te pakken.”

 

Materialen met Toekomst: Houtbouw tot 5 lagen

Biobased/hout in gebouwen tot 5 lagen hoog

Programma Materialen met Toekomst

Biobased- en houtbouw staan volop in de belangstelling. En dat is overigens niet zonder reden. Bouwen met hout is geen tijdelijke trend, maar een toekomstgerichte keuze met grote maatschappelijke waarde. Als natuurlijk materiaal draagt hout bij aan een gezondere leefomgeving, legt het CO₂ vast en biedt het nieuwe mogelijkheden voor demontage, hergebruik en circulair bouwen. Zeker voor gebouwen tot vijf lagen hoog liggen er concrete kansen om deze manier van bouwen breed toe te passen.

 

Tegelijk is de transitie nog niet vanzelfsprekend. Hoewel de voordelen steeds duidelijker worden en de businesscase voor biobased woningbouw in veel gevallen al aanwezig is, blijft grootschalige toepassing nog achter. De kernvraag is daarom niet óf biobased bouwen kan, maar hoe we het tot de nieuwe standaard maken.

Met het programma Materialen met Toekomst brengt De Bouwcampus partijen uit de hele keten samen om precies die stap te zetten. Niet één partij kan deze omslag realiseren; het vraagt om gezamenlijke actie, het wegnemen van belemmeringen en het creëren van de juiste randvoorwaarden. Zo werkt het programma aan het versnellen van de transitie naar biobased bouwen van veelbelovende praktijk naar vanzelfsprekende keuze.

De betrokken partijen

Belanghebbenden van organisaties uit de verschillende werkvelden hebben aan de voorbereidingen deelgenomen. Het lijstje van betrokken partijen bestaat nu uit:

  • BAM
  • Achmea Verzekeringen
  • Triodos
  • INBO – opstart houtteam intern
  • Traject (nu onderdeel van Movaris)​
  • Rijksvastgoedbedrijf
  • NLV (voorheen MN)​
  • Sweco
  • RVO​
  • NICE Development​

Waar staan we nu

Voor Houtbouw tot vijf lagen ligt er een businesscase. Het is prima uitvoerbaar, veilig en zorgt voor een gezond binnenklimaat. Er is ook steeds meer aandacht voor circulair bouwen, waarbij hout als een essentieel materiaal wordt beschouwd voor het sluiten van de kringloop van grondstoffen.

Toch lukt het ons nog niet om de transitie naar biobased bouwen echt grootschalig op gang te brengen. Er is een zekere terughoudendheid bij grote vastgoedontwikkelaars en bouwbedrijven, die vaak kiezen voor traditionele materialen vanwege bekendheid en gevestigde processen. Bovendien zijn er ook vooroordelen over houtbouw, dat het niet brandveilig is bijvoorbeeld, terwijl ook daar al oplossingen voor zijn. Kortom, hoewel we stappen zijn gezet is er nog volop werk aan de winkel.

Transitiemotor Houtbouw

Eind 2025 lanceerden we de Transitiemotor Houtbouw: een reeks webinars met goede houtbouw voorbeelden. De afgelopen jaren is duidelijk geworden dat de technische mogelijkheden er al zijn, maar dat opschalen vraagt om een andere manier van samenwerken, leren en durven. Met de Transitiemotor brengen we architecten, bouwers, beleidsmakers en financiers samen om ervaringen toegankelijk te maken, misverstanden weg te nemen en de drempels richting houtbouw tot vijf lagen structureel te verlagen. Een plek waar inzicht, praktijk en ambitie samenkomen, zodat bouwen met hout niet langer bijzonder is, maar vanzelfsprekend.

Meedoen

Wil jij je steentje bijdragen aan de transitie om houtbouw business as usual te maken? Stuur dan een email naar Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Houtbouw tot
vijf lagen:
van lef naar business as usual

De Bouwcampus trapte onlangs de eerste Transitiemotor Houtbouw tot vijf lagen af: een online kennissessie waarin architecten, bouwers, beleidsmakers en financiers gezamenlijk het net ophaalden. Centrale vraag: waar staan we nu in de transitie naar houtbouw en wat houdt ons nog tegen om van hout bouwen tot vijf lagen business as usual te maken. “Het lijkt zo logisch, waarom doen we het dan niet?” 

Transitie-expert Wytze Kuijper opende de bijeenkomst met een korte schets van de opgave. “Binnen De Bouwcampus werken we steeds volgens het principe the whole system in the room. Alle relevante partijen van architect en bouwer tot verzekeraar en bank brengen we om één tafel om te begrijpen wat ze van elkaar nodig hebben.” De houtbouwopgave leek aanvankelijk te draaien om hoogbouw, maar de echte kans ligt volgens Kuijper juist in de breedte: “Binnen vijf lagen zijn er geen technische belemmeringen meer. En toch hikken we nog tegen een drempel aan.”

Lef

In een eerste ronde deelden deelnemers hun mening waarom bouwen met hout nog niet echt vliegt. Zo noemde Chantal van Schaik (Holland Houtland) “lef” als sleutelwoord: “Mensen kijken te veel naar de ander. Er is vaak een gebrek aan vertrouwen om gewoon te doen.” Toon van Schijndel (Heijmans) wees op zijn beurt op de kosten: “Projecten stranden vaak op de prijs. We hebben het nog te weinig voor elkaar gekregen om houtbouw op te schalen en daarmee goedkoper te maken.” Koen Temmink (Nieman Raadgevende Ingenieurs) nuanceerde dat beeld: “Technisch gezien is er niets wat ons tegenhoudt.” En volgens Sander Woertman (Lente-akkoord) ontbreekt het vooral aan voorstellingsvermogen. “Wie zich niet kan voorstellen dat bouwen in hout kan, doet het niet. Maar de pioniers met visie laten zien dat het wél kan.”

CO₂-budget

Architect Willem van Genugten (Group A) toonde vervolgens met cijfers en projecten waarom houtbouw essentieel is. Vanuit zijn Carbon Lab onderzoekt Group A hoe grote gebouwen binnen de CO₂-grenzen kunnen blijven. “Met de huidige uitstoot is het bouwbudget voor Nederland in 2027 op. Dat is overmorgen,” waarschuwde hij. “We moeten nu ontwerpen binnen CO₂-budgetten die stap voor stap omlaag gaan.”

Zijn praktijkvoorbeelden van een honderd meter hoge toren tot een stedelijk blok van acht lagen, laten zien dat het al kan. “Met de technieken van vandaag kunnen we gebouwen realiseren die netto meer CO₂ opslaan dan uitstoten. Dat vraagt niet om toekomstig onderzoek, maar om gewoon doen.”

De huidige bouwregelgeving kent nog geen CO₂-budget, maar dat gaat snel veranderen. “Er komt een Europese richtlijn die landen verplicht om materiaalgebonden CO₂-budgetten vast te stellen,” aldus Van Genugten. “Gemeenten kunnen daar nu al bij de gronduitgifte op vooruitlopen.” Toch blijft de spanning tussen ambitie en haalbaarheid voelbaar. Kosten, risico’s en onbekendheid zorgen voor remming. Irma Thijs (RVO): “Dezelfde vooroordelen blijven telkens terugkomen over kosten, brandveiligheid, geluid. We moeten accepteren dat zo’n transitie tijd kost.”

Een belangrijke oproep uit de groep: kijk breder naar kosten. Niet alleen naar de bouwprijs, maar naar de levenscyclus. Sneller bouwen, minder ziekteverzuim en een lichter gebouw leveren winst op die vaak niet wordt meegerekend. Of zoals een deelnemer samenvatte: “Er zit een enorme win-win in houtbouw, duurzaam én betaalbaar, maar dan moet je wel alles meenemen.”

Volgende stap

 De sessie sloot af met een poll: welke vervolgstap verdient in een volgende Transitiemotor prioriteit? De deelnemers kozen unaniem voor verdieping van de businesscase: bijvoorbeeld inzicht krijgen in projecten waar het wél lukt. Ook thema’s als regelgeving zoals BENG en installatiearm bouwen en kennisdeling staan bij de aanwezigen hoog op de agenda. Kuijper: “We hebben met deze eerste editie een mooi startpunt gezet. Met de komende Transitiemotoren gaan we de beweging bestendigen. Dat gaan we doen door kennis te bundelen, ervaringen te delen en samen de versnelling naar houtbouw te maken.”

Circulair Herinrichten

Circulariteit moet gemeengoed worden

Doel in het kader van de transitie

Circulariteit is onmisbaar voor de toekomst van de gebouwde omgeving. Nederland wil in 2030 50% minder primaire grondstoffen gebruiken. Dat vraagt om slimme oplossingen voor circulaire herinrichting van vastgoed. Door gebouwen, installaties en materialen her te gebruiken én te kiezen voor biobased alternatieven, verlagen we de CO₂-uitstoot en beperken we de afhankelijkheid van schaarse grondstoffen.

De betrokken partijen

De volgende partijen waren in 2025 betrokken bij dit traject:

De deelnemende partijen op een rij
  • bbn
  • Bouwend Nederland
  • Boot
  • Brink
  • CBRE
  • De Koninklijke Metaalunie
  • De Politie
  • Heijmans
  • Het Nieuwe Normaal
  • Het Voedingscentrum
  • Insert
  • Movaris/Traject
  • NEVAP
  • NLIngenieurs
  • Procap
  • Rijksvastgoedbedrijf
  • Rijkswaterstaat
  • Haskoning
  • Sepawand
  • Stekerbaas
  • TU Delft
  • Turner & Townsend
  • Valstar Simonis
  • Van Wijnen

Waar staan we nu?

In 2025 is er in groepen gewerkt aan de volgende vier actielijnen: 

  • Opzetten van een gemeenschappelijke marktplaats voor circulaire bouwmaterialen.
  • Ontwikkelen van een gemeenschappelijke standaard die de impact van circulariteit bepaalt.
  • Ontwikkelen van multifunctionele toepassingen voor gebouwen.
  • Ontwikkelen van een flowchart voor beslissingen rondom de toepassing van circulaire oplossingen.

Deze werkgroepen werken zelfstandig aan hun eigen actielijn. De deelnemers zijn in 2025 drie keer met de hele groep samengekomen op inspirerende locaties waar circulair herinrichten al was toegepast. Enerzijds om van het voorbeeld te leren en anderzijds om elkaar op de hoogte te houden van de gemaakte stappen binnen de eigen actielijn. 

Trajectresultaten

Actielijn 1: Digitalisering, één overkoepelende marktplaats circulaire materialen

Actielijn 1 richt zich op het centraliseren en toegankelijk maken van circulaire bouwmaterialen via het nationale platform van Insert. Het platform koppelt bestaande webshops en marktplaatsen, zodat met één zoekopdracht direct zichtbaar is welke materialen beschikbaar zijn, hoeveel, waar en wanneer. De noodzaak van deze aanpak komt voort uit het versnipperde aanbod en de beperkte vindbaarheid van circulaire bouwmaterialen, waardoor hergebruik vaak wordt bemoeilijkt. Door aanbieders en afnemers te verbinden, stimuleert het platform kennisdeling, vergemakkelijkt het circulaire projecten en draagt het bij aan een efficiëntere, schaalbare circulaire bouwmarkt in Nederland.

Actielijn 2: Gemeenschappelijke maatstaf (HNN)

Actielijn 2 richt zich op het ontwikkelen van een eenduidige, praktische maatstaf voor circulair bouwen en herinrichten, gekoppeld aan Het Nieuwe Normaal. Het doel is om een gedeelde taal en meetbare indicatoren te bieden voor CO₂-impact, milieukosten, losmaakbaarheid, gezondheid en andere aspecten van interieur en inbouw. De noodzaak komt voort uit het versnipperde gebruik van bestaande raamwerken en uiteenlopende definities van circulariteit, waardoor vergelijking en verbetering lastig zijn. Door de hele keten te betrekken, van opdrachtgevers tot leveranciers en interieurbouwers, ontstaat een onafhankelijk, breed gedragen raamwerk dat circulair hergebruik meetbaar, vergelijkbaar en toepasbaar maakt, waardoor circulair bouwen concreet en beheersbaar wordt.

Actielijn 3: Multifunctionele toepassingen

Deze actielijn gaat over het samen realiseren van circulair hergebruik in gebouwen door kennis, ervaring en processen te delen tussen organisaties en ketenpartners. Onder deze actielijn werkt de politie nauw samen met leveranciers, specialisten en andere stakeholders om praktische strategieën te ontwikkelen voor hergebruik van vloeren, plafonds, wanden en installaties. Het doel is adaptief en modulair vastgoed te creëren dat flexibiliteit biedt, milieu-impact vermindert en hergebruik mogelijk maakt. De noodzaak komt voort uit ambitieuze duurzaamheidsdoelen: het gebruik van primaire grondstoffen moet uiterlijk 2030 gehalveerd zijn en in 2050 volledig circulair. Door samen te werken, standaarden af te stemmen en realistische benchmarks te formuleren, wordt circulair werken haalbaar en wordt hergebruik onderdeel van ‘business as usual’.

Actielijn 4: Flowcharts

Actielijn 4 maakt circulair herinrichten van gebouwen overzichtelijk en praktisch met de Flowchart ‘Circulair herinrichten inbouwpakket’. Deze tool biedt een duidelijk stappenplan dat begint bij de vraag of herinrichting überhaupt nodig is en vervolgens kijkt naar losmaakbare en herbruikbare componenten. Hierdoor kunnen kosten en milieu-impact worden geminimaliseerd, wordt de flexibiliteit van gebouwen vergroot en dalen de totale eigendomskosten. De noodzaak van deze aanpak komt voort uit het huidige gebruik van gebouwen, waarbij veel materialen onnodig worden gesloopt of weggegooid. Naast de algemene flowchart wordt gewerkt aan een nieuwe variant met focus op klimaatinstallaties, waarmee specifiek de milieu-impact en herbruikbaarheid van installatietechniek inzichtelijk worden gemaakt. Door stakeholders uit de hele keten te betrekken, ontstaat een breed toepasbare en toekomstbestendige aanpak die organisaties helpt bewuste, duurzame keuzes te maken bij herinrichtingsprojecten en bijdraagt aan de circulaire economie.

Start actielijn 5: De circulaire uitvraag

Deze actielijn is een nieuwe actielijn welke zich richt op het ontwikkelen van een generiek raamwerk voor circulaire uitvragen bij inrichting en herinrichting van gebouwen. Het doel is organisaties van elke omvang te helpen materialen efficiënt te hergebruiken, afvalstromen te verminderen en duurzame keuzes standaard te maken. Het raamwerk bundelt de beste elementen uit bestaande uitvragen, vult waar nodig aan en maakt het voor zowel opdrachtgevers als leveranciers makkelijker om circulair te werken. Dit is noodzakelijk omdat veel grondstoffen nu onnodig verloren gaan, inrichtingen vaak niet losmaakbaar zijn en de milieu-impact van inrichting nauwelijks wordt gemeten. Door een eenduidige en haalbare aanpak te creëren, draagt deze actielijn bij aan kostenbesparing, flexibiliteit, en een versnelling van de circulaire economie. 

Transitie in de praktijk V

Het herinrichten van utiliteitsgebouwen gebeurt nog vaak volgens een lineair patroon: bestaande interieurs worden verwijderd en vervangen door nieuwe materialen, terwijl hergebruik technisch en esthetisch steeds beter mogelijk is. Tijdens een bijeenkomst van Transitie in de Praktijk van De Bouwcampus werd daarom besproken hoe circulair herinrichten de standaard kan worden. Voorbeelden, zoals het circulair vernieuwde kantoor van Haskoning in Delft, laten zien dat hergebruik en kwaliteit goed samen kunnen gaan.

Tegelijkertijd blijkt dat tijdsdruk, kostenafwegingen en bestaande werkwijzen circulaire keuzes nog vaak in de weg staan. Volgens de deelnemers ligt de sleutel in duidelijke uitvragen, samenwerking in de keten en een aanpak op portefeuille-niveau in plaats van losse projecten. Zo kan circulair herinrichten stap voor stap de nieuwe standaard worden.

Bekijk hier ook de video van Transitie in de praktijk: Circulair herinrichten.

Eindeloos het magazine over circulair herinrichten

Eindeloos is een digitaal magazine waarin het werkproces van de werkgroepen nu staan centraal staat. Aan het eind van het jaar wordt de balans opgemaakt en worden de verhalen gedeeld in dit magazine.

Transitielessen

  • Concepten worden pas toegepast wanneer ze concreet en bruikbaar zijn. Tools zoals de flowchart voor circulaire herinrichting en het digitale materialenplatform maken circulariteit tastbaar en helpen professionals om direct andere keuzes te maken in ontwerp, inkoop en uitvoering.
  • Circulariteit ontwikkelt zich stap voor stap. Door pilots, werksessies en gezamenlijke experimenten ontstaat inzicht in wat technisch, financieel en organisatorisch haalbaar is. Deze praktijkervaring vormt de basis voor verdere opschaling.
  • Inrichting, installaties en afbouw worden relatief vaak vervangen, maar vallen nog vaak buiten bestaande duurzaamheidskaders. Juist daar ligt veel potentieel voor circulaire winst.
  • Circulariteit blijft abstract zolang partijen verschillende definities en indicatoren gebruiken. De ontwikkeling van een gemeenschappelijke maatstaf (gekoppeld aan Het Nieuwe Normaal) laat zien dat een gedeeld raamwerk nodig is om prestaties te meten, projecten te vergelijken en opdrachtgevers gericht te laten uitvragen.

Meedoen

Wil jij circulair herinrichten business as usual maken? Wil jij onderdeel zijn van de oplossing van dit urgente vraagstuk? Aarzel niet en neem meld je hier aan.

‘Bestaande gebouwen bieden veel potentie’

Voorbeeldproject: Circulair kantoor Haskoning

Acht jaar. Zo lang zit er tussen het eerste circulaire kantoor van Haskoning in Amsterdam en het nieuwste hoofdstuk in Delft, in het monumentale Mijnbouwgebouw. Acht jaar waarin circulariteit zich ontwikkelde van pionieren in niemandsland tot een volwassen, maar nog altijd zoekende praktijk. “We stonden toen echt aan het begin,” vertelt Martine Verhoeven, adviseur circulariteit en duurzaamheid bij Haskoning. “En eerlijk gezegd: dat waren fantastische jaren om te experimenteren.” Een gesprek over ambities, opschalen en de onderwaardering van bestaande gebouwen. “Zij bieden veel potentie.”

Het gesprek vindt plaats in het atrium van het Mijnbouwgebouw, sinds juni 2025 het nieuwe onderkomen van Haskoning. Voor de ingrijpende renovatie was dit nog een plein in de open lucht. Nu doet het dienst als overdekt terras, een aangename plek om te lunchen of eventjes te vergaderen. “Het is een hele fijne ruimte geworden,” vindt Verhoeven die acht jaar geleden ook nauw betrokken is geweest bij de transformatie van de autoshowroom aan de Contactweg in Amsterdam, in een energieneutraal en circulair heringericht kantoor van, toen nog, Royal HaskoningDHV. Het kantoor in Amsterdam, opgeleverd in 2017, markeert voor haar een belangrijk kantelpunt. Circulariteit was geen vast onderdeel van uitvragen of standaarden: meetmethodieken stonden nog in de kinderschoenen, leveranciers waren zoekende en restwaardebepaling was vooral theoretisch. “We waren met de aannemer samen aan het uitvinden: welke materialen zijn er überhaupt? Waar vind je ze? En hoe bepaal je dan de circulaire waarde?”

Een illustratief voorbeeld is de zoektocht naar tweedehands tapijttegels. “Ik werd gevraagd: ga eens kijken of dat te krijgen is en ook het liefst in felle kleuren. Tegenwoordig is er een heel palet aan aanbieders; toen was het bellen, zoeken en hopen.” Dat het uiteindelijk lukte, voelde voor haar als een kleine overwinning maar vooral als bewijs dat hergebruik kan werken, mits je bereid bent buiten de gebaande paden te gaan.

Verfijnen

De daaropvolgende kantoren in Groningen en Amersfoort bouwden voort op die eerste ervaringen. Niet door simpelweg dezelfde oplossingen te herhalen, maar door de aanpak te verfijnen. “Elk gebouw heeft zijn eigen context,” benadrukt Verhoeven. “De maatregelen verschillen, maar we worden wel steeds slimmer in het proces.” Een belangrijke verschuiving is in haar ogen van focus op losse materialen naar aandacht voor ketens en samenhang. Maar ook intern zag ze veranderingen. “Circulariteit werd niet langer alleen ‘iets van de duurzaamheidsadviseurs’. We zijn bewust gaan inzetten op kennisdeling binnen het bedrijf. Projectmanagers, installatieadviseurs, iedereen kreeg basiskennis mee. Soms ontdekten collega’s tijdens zo’n sessie dat ze al circulair werkten, alleen noemden ze het nog niet zo.”

"Tegenwoordig is er een heel palet aan aanbieders; toen was het bellen, zoeken en hopen.”

Vooruit denken

In Delft komt alles samen. Het Mijnbouwgebouw, ruim 120 jaar oud, is getransformeerd tot een Paris Proof kantoor waarin circulariteit zichtbaar én doordacht is toegepast. Maar het belangrijkste verschil met eerdere projecten zit volgens Verhoeven niet in de esthetiek, maar in het denken vooruit. “Waar we bijvoorbeeld in Amsterdam vooral bezig waren met hergebruik, kijken we nu nadrukkelijk naar circulair beheer.” Dat betekent: ontwerpen met het oog op toekomstig gebruik. Installaties en plafonds zijn modulair opgezet, met uniforme maatvoering zodat onderdelen eenvoudig kunnen worden vervangen, verplaatst of hergebruikt. “Ook het gebruik zelf is meegenomen. Vaak ontwerpen we alles op de tekentafel en ontdekken pas na oplevering hoe het werkt. Hier is veel bewuster nagedacht over hoe mensen het gebouw daadwerkelijk gebruiken.”

Geen gimmick

Circulariteit is zichtbaar in Delft, maar Verhoeven waarschuwt voor oppervlakkigheid. “Een muur van bijvoorbeeld gerecyclede petflessen is leuk, maar als dat het enige is, wordt het een gimmick.” Tegelijkertijd gelooft ze sterk in het belang van het verhaal achter keuzes. “Niet om te etaleren, maar om uit te leggen waarom je iets doet. Dat creëert begrip en draagvlak.”

Die balans is in haar visie cruciaal, zeker richting gebruikers. Want ja, nieuw voelt in hun ogen vaak aantrekkelijker dan hergebruikt. “Een bedrijf is net een mini-maatschappij. Je hebt koplopers en een peloton. Bewustwording helpt, maar echte acceptatie ontstaat pas als mensen ervaren dat het werkt en dat het prettig is.”

Veel mogelijk

Technisch gezien is er inmiddels veel mogelijk, stelt Verhoeven. Zeker bij productgroepen als tapijt, meubilair en kabelgoten zijn circulaire alternatieven gemeengoed. Maar bij installaties wordt het ingewikkelder. “Daar spelen garanties, prestaties en regelgeving een grotere rol.”

Uit ervaring weet ze inmiddels dat het wel degelijk kan. Zo werkte Haskoning in ziekenhuizen samen met leveranciers om luchtbehandelingskasten te refurbishen inclusief nieuwe garanties. “Niet één keer, maar vijftien keer achter elkaar. Dan zie je: het kan, mits je de juiste partijen bij elkaar brengt.” De grootste uitdaging zit volgens haar dan ook niet in de techniek, maar in het proces. “Je ontwerpt vanuit aanbod in plaats van vraag. Dat vraagt een andere planning, andere afspraken en soms meer tijd aan de voorkant. Die tijd betaalt zich later terug, maar vraagt wel lef.”

“We zijn in vastgoed gewend om alles project voor project te doen. Maar echte verandering vraagt om programma-denken.”

Opschalen

Hoe maak je van deze ervaringen geen uitzonderingen, maar het nieuwe normaal? Verhoeven is stellig in haar antwoord op deze vraag: door projectoverstijgend te werken. “We zijn in vastgoed gewend om alles project voor project te doen. Maar echte verandering vraagt om programma-denken.” Ze verwijst naar voorbeelden uit de infrastructuur en het onderwijs, waar portefeuille-benaderingen leiden tot schaalvoordeel en leervermogen. “Als je een productgroep, bijvoorbeeld installaties, structureel aanpakt, creëer je ruimte voor de markt om te investeren en te innoveren. Dan zet je een systeem in beweging.”

Daarbij zijn opdrachtgevers een sleutelpartij. “Alles begint met de juiste vraag. Als circulariteit pas laat in het proces wordt ingebracht, verlies je speelruimte. Tegelijkertijd,” voegt ze eraan toe, “zie ik dat steeds meer opdrachtgevers ambitieuze doelen formuleren, mede onder invloed van overeenstemming over CO₂-reductie en Paris Proof.”

‘Moeilijkste vraag’

Ambitie. Het woord is gevallen. Op de vraag wat haar ambities zijn klinkt eerst een hele diepe zucht. Dan zegt ze: “Dit vind ik wel de moeilijkste vraag.” Om er na een korte stilte op te laten volgen: “Mijn ambitie zit voor een belangrijk deel in de zorg. Daar zie ik nu echt een beweging op gang komen en tegelijk enorm veel potentie. Niet alleen in het terugdringen van verspilling, maar vooral omdat een ziekenhuis in de kern draait om gezondheid. Dat raakt direct aan de vraag waarom we doen wat we doen. Hoe zorgen we voor omgevingen die bijdragen aan welzijn, met natuurlijke materialen en met keuzes die maatschappelijke waarde én gezondheidswaarde hebben? Het zou prachtig zijn als we dat in ziekenhuizen structureel voor elkaar krijgen, waarbij gebouwen een actieve rol spelen in die transitie. In bredere zin ligt mijn ambitie ook in het beter verbinden van de keten. Met installateurs, leveranciers en andere partners eerder en anders aan tafel, om samen te ontdekken hoe we deze omslag echt kunnen maken. Want alleen zo wordt circulariteit meer dan een losse ingreep, maar een gezamenlijke manier van werken.”

Als een gezamenlijke manier van werken de stip is waar we naartoe moeten, waar staan we dan nu, op een schaal van één tot tien? “Ik geef het denk ik nu een zes. Er gebeurt meer dan vaak wordt gedacht, zeker op het gebied van inrichting en meubilair. Maar bij installaties ligt nog een wereld open. Het gaat ook over waardering, over hoe we waarde toekennen aan producten in een tweede leven en over prikkels in de keten. CO₂-beprijzing, restwaardebepaling, nieuwe businessmodellen, daar ligt volgens mij nog veel onontgonnen terrein.”

Proeftuin

Dat Haskoning zijn eigen kantoren als proeftuin gebruikt, is volgens haar geen toeval. “Het maakt het gesprek met klanten overtuigender. We laten zien dat het kan, inclusief de worstelingen die er soms zijn.” Die houding, steeds een stapje beter willen, ziet Verhoeven als de kern. “Niet perfect, wel oprecht.” Of, zoals ze het zelf samenvat, terwijl ze rondkijkt in het atrium: “Een gebouw van 120 jaar oud nieuw leven geven, op dit kwaliteitsniveau, dat voelt als vooruitgang. En nee, we zijn nooit klaar. Maar dat is misschien juist het mooie.”

Collectieve energiesystemen in 101 wijken

'De energietransitie komt letterlijk achter de voordeur. In steeds meer wijken groeit de urgentie om aardgasvrij, betaalbaar én betrouwbaar te verwarmen.'

Doel in het kader van de transitie

De energietransitie komt letterlijk achter de voordeur. In steeds meer wijken groeit de urgentie om aardgasvrij, betaalbaar én betrouwbaar te verwarmen. Tegelijkertijd lopen veel initiatieven vast op versnippering, complexe besluitvorming, oplopende kosten en onduidelijke spelregels. Precies op dat snijvlak opereren De Bouwcampus en met het programma Collectieve Energiesystemen in 101 Wijken.

In dit traject werken gemeenten, corporaties, netbeheerders, marktpartijen, financiers en bewoners samen aan één gedeelde zoektocht: hoe ontwikkelen en realiseren we collectieve energiesystemen die rechtvaardig, schaalbaar en uitvoerbaar zijn? Niet als papieren strategie, maar in echte wijken, met echte bewoners en echte investeringsbeslissingen.

De basis werd gelegd in een intensief Future Search-traject, waarin publieke en private partijen gezamenlijk dilemma’s, kansen en uitgangspunten verkenden. Dat leidde tot een gedeeld kompas: energie als publieke voorziening, met lokaal eigenaarschap, keuzevrijheid binnen collectieve kaders, transparantie en een eerlijk speelveld als fundament.

Uitgangspunten

In dit kompas komen een aantal uitgangspunten samen.

  1. Energie als publieke nutsvoorziening

We positioneren collectieve warmte- en energiesystemen niet als marktproduct, maar als publieke basisvoorziening, vergelijkbaar met water en riolering. Maatschappelijke waarde, leveringszekerheid en betaalbaarheid staan centraal.

  1. Lokaal eigenaarschap en bewonersparticipatie

Bewoners zijn geen eindgebruikers, maar mede-eigenaar en mede-ontwerper van het systeem. We werken met energiecoöperaties, wijkcollectieven en nieuwe vormen van gedeeld eigendom.

  1. Keuzevrijheid binnen collectieve kaders

Collectief waar het moet, individueel waar het kan. Binnen collectieve systemen blijft ruimte voor maatwerk, zonder het schaalvoordeel te verliezen.

  1. Eerlijk speelveld en nieuwe verdienmodellen

We ontwikkelen modellen waarin kosten, baten en risico’s eerlijk worden verdeeld tussen bewoners, overheid, netbeheer en markt. Ook financiering en investeringslogica worden opnieuw bekeken.

  1. Transparantie en vertrouwen

Heldere informatie over kosten, prestaties en besluitvorming is randvoorwaardelijk. Transparantie is geen bijzaak, maar een voorwaarde voor draagvlak.

  1. Integraal programmeren en leren in de praktijk

Collectieve energieoplossingen staan nooit op zichzelf. We koppelen ze aan woningverbetering, netverzwaring, mobiliteit, water, klimaatadaptatie en leefbaarheid. Tegelijk werken we volgens het principe: leren door te doen – met ruimte om bij te sturen.

Waar staan we nu

In 2025 zijn binnen het programma Collectieve energiesystemen in 101 wijken vier samenhangende initiatieven verder uitgewerkt, elk gericht op het versnellen van gebiedsgerichte, betaalbare en toekomstbestendige energieoplossingen.

  1. Ritme van de Drum (trekker: Maarten Claassen)

Na een vervolgbijeenkomst met deelnemers aan de Future Search is de verkenningsfase gestart, met actieve betrokkenheid van onder meer Buurkracht, de WarmteTransitieMakers en Tauw. Op basis van data-analyse en lokaal onderzoek wordt toegewerkt naar een selectie van acht kansrijke buurten. Daaruit volgen drie startopdrachten voor een integrale aanpak. De komende periode staat in het teken van strategische samenwerking met netbeheerders en woningcorporaties.

  1. Energieinfra-heffing (trekker: Pallas Agterberg)

Dit initiatief richt zich op een eerlijke en transparante vergelijking van collectieve energieoplossingen, met als uitgangspunt: de laagste maatschappelijke kosten moeten leiden tot de laagste individuele energierekening. Voor drie systeemmodaliteiten (MT, ZLT en all electric) worden de kosten in kaart gebracht op bron-, net- en gebouwniveau. De resultaten moeten input leveren voor nieuw kabinetsbeleid en bijdragen aan gebiedsgerichte, rechtvaardige keuzes.

  1. ZLT als basisinfrastructuur (trekker: Robert Jan van Egmond)

In dit spoor wordt verkend hoe een Zeer Lage Temperatuur-net (ZLT) als robuuste basisinfrastructuur kan dienen voor aardgasvrije wijken richting 2030. Het uitgangspunt is een wijkdekkend netwerk met voldoende capaciteit, waarbij bewoners gefaseerd kunnen aansluiten – vergelijkbaar met de uitrol van glasvezel. De aanpak wordt verder uitgewerkt in deelprojecten, met afstemming met landelijke programma’s en aandacht voor de rol van netbeheerders en bewonersinitiatieven.

  1. Matchmaking, doorbraken en lerend vermogen (trekkers: Petra Hofman, Harmke Bekkema en Jasper Hormann)

Deze kerngroep versterkt de uitvoeringskracht van het programma via vier routes: matchmaking van hulpvragen, doorbraaksessies bij complexe knelpunten, escalatie naar ambassadeurs bij structurele belemmeringen en het organiseren van een lerende community. In 2025 is gewerkt aan een werkplan, het selecteren van eerste casussen en het borgen van mandaat en eigenaarschap, zodat leren en doen hand in hand gaan.

Samen vormen deze vier initiatieven de bouwstenen voor een schaalbare aanpak van collectieve energiesystemen in wijken met betaalbaarheid, samenwerking en uitvoerbaarheid als centrale uitgangspunten.

De Bouwcampus en Topsector Energie vervult hierin de rol van onafhankelijke verbinder, versneller en kennisdrager: we begeleiden de samenwerking, ontsluiten kennis, organiseren terugkomdagen en zorgen dat lessen uit de praktijk worden gedeeld en geborgd.

Zo bouwen we stap voor stap aan een aanpak die niet alleen technisch klopt, maar ook bestuurlijk, financieel en maatschappelijk werkt.

 

Herinrichting Stedelijke Ondergrond

Herinrichten van de ondergrond op een toekomstvaste manier

Doel in het kader van de transitie

We moeten een nieuwe werkwijze ontwikkelen als het gaat om de herinrichting van de stedelijke ondergrond. Zo’n nieuwe werkwijze is nodig om maatschappelijke doelen (oa energietransitie, klimaatadaptatie, elektrificatie van mobiliteit) tegen acceptabele kosten en met minimale overlast te bereiken. Dit vereist op de eerste plaats meer samenwerking, een betere coördinatie, met scenario’s vooruitkijken, gezamenlijk ontwerpen, financieren én uitvoeren. De stedelijke ondergrond is al vol en wordt steeds voller. Kortom, het is een complexe transitie waar veel verschillende partijen bij betrokken zijn.

Ruim vijf jaar lang heeft De Bouwcampus zich beziggehouden met het aanjagen van de samenwerking tussen deze partijen. Dankzij de inzet van diverse transitiemanagers en transitiemedewerkers zijn er verschillende samenwerkingsverbanden tot stand gebracht.

Betrokken partijen
  • Mijn Aansluiting
  • Gemeentelijk Platform Kabels en Leidingen
  • Centrum Ondergronds Bouwen (COB)
  • Kennis- en Onderwijscentrum Bodem en Ondergrond voor het Hoger Onderwijs (KOBO-HO)
  • City Deal Openbare Ruimte
  • Gemeente Zoetermeer
  • Gemeente Tilburg
  • Gemeente Leiden
  • Gemeente Rotterdam
  • Gemeente Den Haag

Waar staan we nu?

Het is duidelijk dat mede door de inzet van het transitieteam HSO, de bewustwording over de dilemma’s die er in de stedelijke ondergrond zijn fors is toegenomen. Het thema staat daarmee dan ook “prominent op de agenda” zegt Wil Kovacs, afgezwaaid transitiemanager Herinrichting Stedelijke Ondergrond, in dit interview.

De ontwikkeling van kennis en technieken krijgt op meerdere plaatsen een goede invulling. Denk in dit kader aan het Centrum Ondergronds Bouwen (COB), Kennisplatform CROW, Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer (SIKB), Kennis en Onderwijscentrum Bodem en Ondergrond (KOBO) en de verschillende onderwijsinstellingen.

De Bouwcampus ondersteunt de initiatiefnemers bij het uitwerken en concretiseren van het DILT en VKLS-gedachtegoed. We voeren een ‘Future Search’ uit, waar verschillende stakeholders bij elkaar gebracht worden om de nodige stappen te definiëren om uiteindelijk tot een pilot te komen. Verder gaan wij ook in 2024 door met de TransitieMotor en het KOBO Ondergrondslab. Deze gaan meer in het teken staan van de ondiepe ondergrond, DILT en VKLS.

We wijzigen de koers

Het HSO traject komt nu als het ware in een nieuwe fase. In onze ogen is dat een volgende volwassenheidsfase. Die nieuwe fase vult De Bouwcampus in door de aandacht voor en inrichting van de ondergrond in de lopende transitieopgaven in te bedden. Ons uitgangspunt is namelijk dat ‘ruimte’ de optelling is van bovengrond, de plattegrond en de ondergrond. Elke transitie heeft aandacht voor ruimte en daarmee impliciet dus ook voor de ondergrond.

Binnen De Bouwcampus hebben we het nu over de wijze waarop we de aandacht voor de ondergrond in de andere opgaven een plek gaan geven.

Trajectresultaten

Vol onder het maaiveld

In samenwerking met het Centrum Ondergronds Bouwen (COB) zijn een 14-tal innovaties voorgesteld om op een andere (lees: innovatieve) wijze om te gaan met de ondergrond. Hier zijn via stappen van selecties en uitwerking met de coalitie van “koplopergemeenten” twee projecten overgebleven om nader uit te werken. Dat zijn het werken met algoritmen bij het ontwerp en inrichten en het ontwikkelen van een verticaal kabels en leidingensysteem (VKLS). Parallel is een systeem van diepe stedelijke leidingtunnels (DILT) samen met Amsterdam en Rotterdam verder uitgewerkt.

‘Hulp bij Richtlijnen’ en ‘Kennisarena’

‘Hulp bij Richtlijnen’ en ‘Kennisarena’. Deze twee producten die we samen met Centrum Ondergronds Bouwen (COB) hebben gemaakt, vormen een belangrijke kennisbank en handleiding bij het gebruik van de ondergrond.

De Samenwerkwijzer

Met MijnAansluitingen.nl en het COB hebben we ‘de samenwerkwijzer’ gerealiseerd. De Samenwerkwijzer is ontwikkeld voor samenwerkingsverbanden die integraal programmeren in de fysieke leefomgeving, of hiermee willen beginnen. Zowel voor startende als bestaande samenwerkingen, biedt de Samenwerkwijzer inzicht.

We hebben de Samenwerkwijzer ontwikkeld voor samenwerkingsverbanden die werken aan integrale planafstemming van projecten tussen boven- en ondergrond, of hiermee willen starten. De Samenwerkwijzer bestaat uit: 1) stappenplan die helpt samenwerkingsverbanden op te zetten en optimaal in te richten, 2) een bibliotheek met concrete hulpmiddelen die helpen samenwerkingsverbanden te optimaliseren en 3) een samenwerkscan die in 10 minuten laat zien waar jouw samenwerkingsverband nu staat en op welke fronten deze kan worden verbeterd. 

Ga HIER naar de Samenwerkwijzer. 

Samenwerkingsverbanden optimaal benutten

Door initiatieven en onderhoudsbehoeften vast te leggen in convenanten kunnen samenwerkingsverbanden optimaal worden benut. Voorbeelden van gemeenten waar met convenanten is samengewerkt zijn bijvoorbeeld Tilburg, Rotterdam en Zoetermeer.

Ondergrondlab

Om kwaliteit in de ondergrond te behouden is (nieuwe) aanwas van jonge technici en stedenbouwkundigen noodzakelijk. Met het Gemeentelijk Platform Kabels en Leidingen (GPKL) is voor dat doel in de vorm van een ondergrondlab een samenwerking met het Kennis en Onderwijscentrum Bodem en Ondergrond (KOBO) aangegaan. Het gezamenlijk netwerk zet zich in voor stageplaatsen, stageopdrachten en geeft ruimte aan het nieuwe denken dat de studenten inbrengen.

City Deal Openbare Ruimte

Vanuit De Bouwcampus is geparticipeerd in de Citydeal Openbare Ruimte. In verschillende ontwikkelteams, in het kernteam en in samenwerking met het atelierteam zijn op meerdere aandachtsvelden resultaten vormgegeven. Centraal in de deelname stond het borgen en vernieuwen van processen om toekomstgericht met de bodem om te gaan.

Digitale transitiemotor

Circa acht keer per jaar hebben we de zogenoemde digitale transitiemotor op touw gezet. In de vorm van webinars gaven we meerdere producten, samenwerkingsvormen en toekomstgerichte initiatieven een podium. Klik hier om naar de playlist op YouTube te gaan.

Programma Bodem en Ondergrond

Op verschillende wijze hebben de transitiemanagers in 2024 input geleverd en daarmee bijgedragen aan het programma Bodem en Ondergrond.

Transitieresultaten en -lessen

  • Zien is geloven! Zorg ervoor dat op afzienbare tijd deelresultaten getoond worden door enthousiaste betrokkenen, in plaats van jaren onzichtbaar werken aan een ver weg liggend einddoel. Maak mensen ambassadeur!
  • Succes valt of staat bij de effort en gedrevenheid van de personen in de coalitie en hun positie in de organisatie.  Mandaat van de top is nodig, waarbij afwijken van bestaande werkprocessen toegestaan moet worden en een verbod moet komen op uitvoeren zonder samenwerking.  
  • Samenwerking tussen organisaties is nodig. Het begint met individuen die elkaar vinden en het op gang brengen. Dit moet je formeel bekrachtigen vanuit hoger management voor de continuïteit.  
  • Iedereen heeft een andere afbakening van wat wel en niet meegenomen moet worden bij meer integraal werken. Dit is een belangrijke discussie om te hebben binnen een samenwerking.  
  • De samenwerking tussen organisaties lukt pas als je de mensen op hetzelfde ‘niveau’ bij elkaar brengt: op strategisch, tactisch en operationeel niveau. De overgang van plannen van het ene naar het andere niveau zorgt voor uitdagingen.  
  • Betrek mensen vanuit verschillende expertises, om de blik op integraal werken te verbreden.  
  • Als iets ambtelijk goed ontvangen is, hoeft het niet zo te zijn dat de mensen in de praktijk het ook omarmen.  

Leren van anderen

Op diverse plekken in Nederland wordt de ambitie van meer integraal werken en langer vooruitplannen in de ondergrondse ruimte omarmd. In projecten worden ervaringen opgedaan met bijvoorbeeld andere vormen van samenwerking. Van dergelijke projecten kunnen anderen leren. Bekijk hier de voorbeeldprojecten.

Young Professionals Netwerk

Doel in het kader van de Transitie

De Bouwcampus coördineert de samenwerking tussen verschillende brancheorganisaties in het young professionals netwerk. Het doel van het netwerk is om young professionals samen te laten nadenken over transities, van elkaar te laten leren en de geleerde lessen vervolgens binnen de eigen organisatie te delen en in de praktijk te brengen.

De betrokken partijen
  • BAM
  • Branchevereniging Nederlandse Architectenbureaus
  • Bouwend Nederland
  • Delegeren, denken, doen (Rijkswaterstaat, Arcadis, BAM en TBI)
  • (Jong) Rijksvastgoedbedrijf
  • Jong IenW (Rijkswaterstaat)
  • Koninklijke NLingenieurs
  • NEPROM
  • NEVAP
  • NGinfra
  • Nederlandse Vereniging voor Doelmatig Onderhoud
  • Platform WOW
  • Techniek NL
  • TVVL

Waar staan we nu?

Het Young Professionals Netwerk blijft zich ontwikkelen. Het is een plek waar jonge professionals uit de bouw- en infrasector elkaar ontmoeten, samenwerken en nieuwe ideeën ontwikkelen. Het netwerk brengt young professionals uit verschillende organisaties en disciplines samen, met als doel om kennis te delen, nieuwe verbindingen te leggen en gezamenlijk bij te dragen aan de opgaven in de gebouwde omgeving.

Trajectresultaten

The Future Talks: Fix de wooncrisis

Bevlogen young professionals kwamen samen om oplossingen te formuleren voor de woningbouwopgave. Onder begeleiding van experts werkten de deelnemers in deelsessies en presenteerden zij hun ideeën aan vertegenwoordigers uit de sector.

De aanwezigen benadrukten het belang van een langetermijnperspectief en strategie en het terugpakken van regie op de beschikbare ruimte. Volgens hen zijn deze elementen essentieel om beter om te gaan met onzekerheid in een snel veranderende toekomst.

De inzichten van de deelnemers sloten aan bij recente wetenschappelijke analyses, waarin wordt gepleit voor meer flexibiliteit en visie in de ruimtelijke ordening. Zo werd duidelijk dat het oplossen van de wooncrisis vraagt om zowel tempo als strategisch denken. 

Bekijk hier de foto’s.

Transitietrainingen

In november 2025 organiseerde het Young Professionals Netwerk een tweedaagse transitietraining voor jonge professionals in de bouw- en infrasector. Het doel van de training was om deelnemers inzichten, kennis en praktische handvatten te bieden waarmee zij actief konden bijdragen aan actuele en toekomstige transities binnen hun werkveld.

De training werd verdeeld over twee dagen: de eerste dag vond plaats op 11 november 2025, de tweede dag op 25 november 2025. Beide dagen maakten deel uit van een doorlopend programma, waarbij deelnemers de inhoud van de eerste dag konden toepassen en verder verdiepen tijdens de tweede dag. Het programma richtte zich op het ontwikkelen van een praktisch toepasbare aanpak om verandering en beweging te stimuleren binnen organisaties en projecten.

Young professionals diner

Het Young Professionals Netwerk (YPN) organiseerde een bijeenkomst bij Bouwend Nederland waarin jonge professionals hun ideeën en energie konden inzetten om impact te maken binnen de bouw- en infrasector. Tijdens de sessie werden drie centrale thema’s vastgesteld: samenwerken met ketenpartners, verduurzaming en digitale transformatie.

Deelnemers werkten in duo’s aan concrete voorstellen voor de jaaragenda van het netwerk, zoals het vergroten van zichtbaarheid van jonge professionals, het organiseren van trainingen en workshops om duurzame keuzes te beïnvloeden, en het stimuleren van samenwerking met ketenpartners. 

De bijeenkomst benadrukte dat jonge professionals veel ideeën en energie meebrengen en bevestigde het belang van het netwerk als platform om deze krachten te bundelen en te vertalen naar concrete acties binnen de sector. Lees hier het verslag van deze sessie.

Transitielessen

  • Sessies zoals The Future Talks benadrukten dat langetermijnperspectief, strategie en regie op beschikbare ruimte essentieel zijn bij complexe opgaven zoals de wooncrisis.
  • Transities vragen om zowel tempo als visie; praktische acties moeten worden ondersteund door strategische keuzes.
  • Oefenen, toepassen en reflecteren over geleerde lessen versterken de capaciteit van deelnemers om transities te realiseren.

Young professional Itzél Zuiker: “We hebben elkaar nodig om écht iets te veranderen”

Itzél Zuiker is verenigingsmanager van Jong Bouwend Nederland. Haar belangrijkste missie? “De stem van de jongere generaties gehoord maken.” Het Young Professional Netwerk (YPN), waar De Bouwcampus initiatiefnemers van is, sluit daar goed op aan. Via het YPN verbindt ze zich met andere jonge professionals uit de bouw- en infrasector, én daarbuiten.

In haar rol bij Jong Bouwend Nederland (JBN) houdt Zuiker zich bezig met strategie, communicatie, activiteiten, interne lobby én het uitdragen van de missie. “Ik probeer vooral de stem van de jonge generaties onder onze leden zichtbaar te maken. Zij hebben duidelijke ideeën over thema’s die spelen in de sector,” vertelt Zuiker. Dat sluit goed aan bij het YPN dat zich richt op herkenbare thema’s zoals duurzaamheid, ondernemerschap, veiligheid en samenwerken in de keten. “Wat is de kracht van onze generatie? Hoe dragen wij bij aan die thema’s?”

Leren van elkaar
Zuiker is al een paar jaar aangesloten bij het YPN. “Voor mezelf is het een heel nuttig en leuk netwerk. Je leert van anderen hoe zij het aanpakken met een jonge achterban. Ik vind het echt waardevol om van anderen te horen: hoe doen zij mijn werk, maar dan in een andere organisatie? Binnen haar eigen organisatie is ze de enige met deze rol. “Dus het is heel fijn om dat soort dingen te kunnen bespreken met andere ambassadeurs van jongerennetwerken en te spiegelen. Net als het agenderen van bepaalde onderwerpen,” merkt Zuiker op. “Dat je ziet dat die spelen bij verschillende brancheverenigingen. Het is een heel laagdrempelig netwerk.”

Breder dan bouw en infra
Binnen het YPN worden verbanden gelegd over sectorgrenzen heen. “Je denkt ook breder dan alleen bouw of infra, je spreekt bijvoorbeeld ingenieurs en architecten,” zegt Zuiker. Ook voor haar leden ziet ze de meerwaarde. “Ik vind het belangrijk om hen een sectoroverstijgend netwerk te bieden.” Daarnaast speelt herkenning een rol. “Het netwerk bestaat uit leuke mensen en zit je vaak in dezelfde levensfase wat herkenning geeft. Dat maakt het makkelijk om te brainstormen over dingen als: hoe kunnen we duurzamer samenwerken, of meer digitalisering voor elkaar krijgen?”

Wat ze uit het netwerk meeneemt? “We hebben elkaar nodig om dingen te veranderen. Ik merk dat het daarom heel belangrijk is om connecties te hebben. Maar ook dat netwerken op verschillende niveaus gebeurt: op directieniveau, de connectie tussen verschillende organisaties en onder jongeren. Je merkt dat het iets oplevert. Inhoudelijk, maar ook in hoe makkelijk je elkaar weet te vinden tussen organisaties. Dat is ook waardevol voor JBN.”

Activiteiten en plannen
Zuiker nam onder meer deel aan de transitietour in regio Amersfoort/Utrecht. “Dat ging over de keten zichtbaar maken. Je krijgt meer slagkracht samen en kruisbestuiving tussen vakgebieden. Tijdens de tour bezochten we projecten rondom energie, waaronder het defensieterrein. Daar kregen we een casus over energieopwekking. Onze ideeën zijn ook echt meegenomen in de plannen.”

Op de agenda van YPN staat een interviewreeks. “Om de stem van jonge mensen te laten horen, hoe zij impact maken,” legt Zuiker uit. Thema’s waar Zuiker zich graag op richt zijn onder andere, samenwerken in de keten en de kracht van de jongere generatie. “Hoe verschillende generaties leren, en hoe ze anders aankijken tegen samenwerken. Inhoudelijk hebben we samen voldoende kennis, maar op gebied van samenwerken kunnen we denk ik zeker nog impact maken.”

Voor andere verenigingsmanagers van jongerennetwerken heeft ze een praktische tip: “sluit aan bij de belevingswereld van jouw leden. Combineer altijd een goed inhoudelijk programma met een sociale activiteit. Uiteindelijk is het meest waardevol het contact met elkaar.”

Kennismaken?
“Het netwerk is er voor iedereen die zich jong voelt en zich bezighoudt met positieve impact maken in deze mooie sector. Wil je aansluiten en meepraten? Je bent van harte welkom om een keer mee te kijken,” besluit Itzél. Op de hoogte blijven van wat er gebeurt in het Young professional Netwerk? Schrijf je hier in om uitnodigingen en updates te ontvangen.

  • Operatie backstage

  • 24-uurs sessie V&R

  • De Bouwcampus ondertekent Houtbouwpact

    De Bouwcampus ondertekent Houtbouwpact

Werkwijze

Zo zitten wij in de transitie

De Bouwcampus helpt de bouwsector veranderen om meer maatschappelijke waarde te leveren.

Bij De Bouwcampus werken we dagelijks aan drie grote maatschappelijke vraagstukken: Vervanging & Renovatie Infrastructuur (V&R), Verduurzaming Gebouwen & Omgeving (VGO) en Herinrichting Stedelijke Ondergrond (HSO). De uitdagingen zijn enorm, met een woningbouwopgave van 900.000 woningen en de noodzaak om bestaande gebouwen te verduurzamen, terwijl onze infrastructuur veroudert en er een tekort aan ruimte en capaciteit is in de ondergrond. We moeten tempo maken, want er is geen tijd te verliezen. Daarom zetten we ons in om de transitie in de bouwsector te versnellen en de opgaven betaalbaar, circulair, schoon, groen en toekomstbestendig te realiseren. Dit vraagt om een radicale omslag in denken, doen en organiseren, iets wat wij actief stimuleren door sectoroverstijgend samen te werken. We organiseren trajecten die duurzame bouwmethoden opschalen, door co-creatie en coalitievorming met verschillende partijen uit de sector, van publieke opdrachtgevers tot innovatoren en kennisinstellingen. Samen werken we aan de concretisering van vernieuwende bouwmethodes, waarbij we noodzakelijke systeemaanpassingen ontwikkelen, zoals nieuwe aanbestedingsprocedures en samenwerkingsvormen, om innovaties breder en sneller te verspreiden.

De Bouwcampus richt zich op drie urgente, complexe maatschappelijke opgaven

Vervanging & Renovatie Infrastructuur

Om Nederland op rolletjes te laten lopen, moeten we de komende jaren hard aan de slag met vervanging en renovatie (V&R) van de infrastructuur. Dat is een enorme opgave, omdat de mensen en middelen ook nodig zijn voor de woningbouwopgave, energietransitie en klimaatadaptatie. Daarbij moet het ook nog eens op een duurzame en betaalbare manier en is het de bedoeling dat tijdens deze operatie alles het gewoon blijft doen en Nederland doordraait. Hoe we dat moeten doen? Daarop richt zich de opgave Vervanging & Renovatie Infrastructuur.

Verduurzaming Gebouwen & Omgeving

In 2050 CO2-neutraal, dat is de klimaatdoelstelling waar we als samenleving voor staan. De Nederlandse bouwsector speelt een belangrijke rol bij deze enorme opgave. Enerzijds is dit een energieopgave waarbij ruim 7 miljoen woningen en 1 miljoen utiliteitsgebouwen moeten worden getransformeerd tot energiezuinige gebouwen met duurzame elektriciteits- en warmtevoorzieningen. Anderzijds is reductie en verandering van ons grondstoffengebruik nodig voor de overgang naar een circulair bouwproces.

Herinrichting Stedelijke Ondergrond

De ruimte in de stedelijke ondergrond is schaars en dreigt alleen maar schaarser te worden. Dit komt doordat er extra ruimte nodig is voor de energietransitie, klimaatadaptatie, smart cities en vervangingsopgaven. Er moet dus verandering komen in de ondiepe ondergrond. Kabels en leidingen, die naast elkaar worden gelegd, nemen nu (te) veel ruimte in. Als Bouwcampus jagen wij innovaties aan die de ruimte effectiever benutten.

Sleutelprincipe: 'Het complete systeem aan tafel'

Bij De Bouwcampus hanteren we het principe van 'het complete systeem aan tafel' oftewel ‘the whole system in the room’. Dit sluit naadloos aan bij onze filosofie van co-creatie. Samen met stakeholders uit de gehele bouwketen onderzoeken we nieuwe systemen en benaderingen. We identificeren de prangende vraagstukken die de sector bezighouden en brengen een diverse groep betrokkenen samen, zoals beleidsmakers, uitvoerders, opdrachtgevers, experts, gebruikers en beheerders. Gezamenlijk werken we toe naar een gedeelde basis, waarbij we onze ambities en doelen formuleren en streven naar de gewenste toekomst. Dit is ons vertrekpunt, en van daaruit ontwikkelen gemengde groepen stakeholders concrete actieplannen om deze ambities te verwezenlijken en de gewenste toekomst te bereiken.

Deze benadering keert het traditionele model om: ons einddoel markeert het beginpunt. Hierdoor ontstaan mogelijkheden voor programma's, werkgroepen en samenwerkingen die concrete acties ondernemen. Dit kan zelfs leiden tot de ontwikkeling van subsidieregelingen, branche-standaarden en nieuwe samenwerkingsvormen, allemaal voortkomend uit deze innovatieve processen.

De vier V’s jagen opschaling aan

Binnen De Bouwcampus werken we met de vier V's van opschalen. Verleggen, verankeren, verspreiden en vermeerderen:

  • Verleggen: het veranderen van onderliggende normen en waarden, cultuur en relaties tussen mensen. 
  • Verankeren: het veranderen van structuren, regels en beleid.
  • Verspreiden: het herhalen en/of hergebruiken van elementen van een of meerdere initiatieven op andere plekken. 
  • Vermeerderen: het laten groeien van een of meerdere initiatieven.

Niet altijd dezelfde loop

Het is overigens niet zo dat opschalen altijd dezelfde route neemt. Dus via verleggen, verankeren en verspreiden naar vermeerderen. Een goed voorbeeld daarvan is het traject circulaire herinrichting van utiliteitsgebouwen. Daar is begonnen met een inventariserende sessie over de vraag hoe we dat vanzelfsprekend kunnen maken (Verleggen). Daarna staat een grote sessie op het programma (Verspreiden).

De opbrengsten uit deze sessie dienen als bouwstenen voor het opstellen van een visie (Verankeren). De inzichten en de kennis over circulaire inrichting die dat proces oplevert, gaan ervoor zorgen dat er meerdere initiatieven ontstaan (Verspreiden). Vervolgens is het zaak om het aantal initiatieven te laten groeien (Vermeerderen) en de herinrichting van utiliteitsgebouwen steeds vaker circulair aan te pakken.

Verleggen. Bij het traject Industriële woningbouw begint de opschaling eveneens bij Verleggen door te streven naar een imagoverbetering van industrieel bouwen. Dit door nadrukkelijk te wijzen op de diversiteit en de voordelen ervan in het kader van het enorme woningtekort.

De volgende stap het Verankeren is inmiddels al begonnen. Immers, steeds meer bouwers passen een industriële manier van werken toe. Hetzij in de ontwikkeling van projecten, hetzij in het bouwproces of beiden. Door middel van verschillende activiteiten zoals bijvoorbeeld de Bouwstromen en de Versnellingsbrigade zijn we via Verspreiden nu in de fase van Vermeerderen: het laten groeien van het aantal initiatieven.

‘We delen hier problemen en zoeken samen naar oplossingen' 

Partner aan het woord: Louisa Engels van CMS

Louisa Engels is bij De Bouwcampus al lang geen onbekende meer. Zo schreef zij de whitepaper ‘Juridische (on)mogelijkheden van seriematig aanbesteden’. Nu sluit zij zich met haar kantoor CMS als partner aan. “Wat ik zo mooi vind aan De Bouwcampus is dat opdrachtgevers en opdrachtnemers elkaar hier op een open en transparante manier ontmoeten. Problemen worden gedeeld en samen wordt gezocht naar oplossingen. Dat maakt de gesprekken heel constructief en waardevol."

Vanuit CMS brengt Engels diepgaande kennis van het bouw- en aanbestedingsrecht in. Het kantoor heeft een groot team dat beide kanten van het spectrum goed kent: opdrachtgevers en aanbestedende diensten aan de ene kant, marktpartijen aan de andere kant. Engels “Doordat we die dynamiek kennen, zien we waar de kansen liggen en welke risico’s spelen. Dat maakt onze inzichten en ervaringen heel waardevol. Bovendien werken we multidisciplinair, met collega’s op het gebied van onder meer het publiekrecht, vastgoedrecht en energierecht, zodat we het volledige palet meenemen in complexe vraagstukken en de verschillende opgaven waar De Bouwcampus zich op richt.”  Zij vervolgt: “Het is ontzettend mooi om als team bij te dragen aan de grote vraagstukken van onze tijd. Dat motiveert ons enorm.”

Seriematige aanpak

Eerder schreef Engels een whitepaper over de juridische (on)mogelijkheden van seriematig aanbesteden. De seriematige aanpak wordt gezien als dé oplossing om de vervangings- en renovatieopgave van infrastructuur het hoofd te bieden. Daarnaast leent deze aanpak zich ook goed voor de grootschalige verduurzaming van onze gebouwen en omgeving. “Het belangrijkste inzicht? Het kán en het mág.  In de eerste instantie werd het aanbestedingsrecht als hinderpaal gezien voor de seriematige aanpak, maar juridisch is er veel ruimte, mits je de juiste kaders hanteert.”

Met collega’s Isabelle de Jong en Bernard Lievers (beiden advocaat bij CMS) heeft Engels de whitepaper onlangs geactualiseerd en uitgebreid: “Wij lichten op een toegankelijke manier toe hoe je de seriematige aanpak in je aanbesteding en contract concreet vorm kunt geven. Wij laten zien dat er veel keuzevrijheid is, maar ook welke risico’s spelen wanneer buiten de kaders wordt getreden.” Zij onderstreept verder: “Ook ligt meer focus op de rol en het belang van de actieve inbreng van de aannemers, toeleveranciers en het MKB in dit stadium van het proces. Immers, a problem shared is a problem halved!”

Sprong wagen
De volgende stap is volgens Engels helder: “De whitepaper is een startpunt voor de praktijk. Nu is het tijd de sprong écht te wagen”. Hoewel verschillende overheden, waaronder recent Rijkswaterstaat, hun eerste seriematige contracten op de markt brengen, moet het gros van de opdrachtgevers nog volgen. “De urgentie van de opgave maakt dat er eigenlijk niet kan worden gewacht tot de eerste seriematige projecten zijn afgerond en geëvalueerd. Door direct te starten met een bredere toepassing, kan worden voorkomen dat de opgave onbeheersbaar wordt, met concrete gevolgen voor de beschikbaarheid van onze vervoersnetwerken en waterbeheersystemen.”

Samenwerking decentrale overheden
Een belangrijk aandachtspunt voor haar zijn kleinere en decentrale overheden. “Tachtig procent van de opgaven ligt daar, maar juist kleine gemeenten hebben vaak moeite overzicht te krijgen en samenwerking te organiseren. De Bouwcampus kan hierin heel goed ondersteunen en faciliteren: ga samen om tafel, breng programmering en planning in beeld, en werk gezamenlijk toe naar contracteren. Daar liggen gigantische kansen voor gemeenten, provincies en waterschappen, vooral wanneer aan de voorkant, bij vormgeving van de opgave, ook actief het overleg met de markt wordt opgezocht.”

Enthousiasme

Waar kijkt Engels zelf het meest naar uit? “Dat onze gezamenlijke ideeën van papier naar praktijk gaan. Uiteindelijk moeten opdrachtgevers de eerste stap durven zetten. De Bouwcampus kan partijen enthousiasmeren en ondersteunen, die rol is cruciaal.”

Aan het einde van het gesprek heeft ze nog een duidelijk advies aan nieuwe partners: “Denk goed na over wat je zelf kunt bijdragen. De Bouwcampus is dé plek waar in openheid ideeën worden uitgewisseld. Hoe meer je brengt, hoe meer je terugkrijgt en hoe meer je samen bereikt.”

Over CMS

CMS is een toonaangevend advocatenkantoor met een sterke focus op zowel lokale als internationale markten. Het kantoor staat bekend om diepgaande juridische kennis en sectorspecifieke expertise, gecombineerd met een pragmatische en oplossingsgerichte aanpak met focus op samenwerking, innovatie en het leveren van maatwerk.

WORD OOK PARTNER

Toon je betrokkenheid en steun de activiteiten van De Bouwcampus

  • Met een jaarlijkse financiële bijdrage.
  • Met het aanbieden van personeel of middelen.
  • Met het neerleggen van een transitievraagstuk bij De Bouwcampus inclusief financiële of in kind bijdrage.

De Bouwcampus kan bestaan dankzij deze financiële en in kind bijdragen van overheden en bedrijven. Deze partners ondersteunen de doelstellingen van De Bouwcampus en dragen bij aan de ontwikkeling van de sector.

  • Werkgroep Damwanden

    Werkgroep Damwanden

  • Zuid-Holland sluit zich bij De Bouwcampus aan

    Zuid-Holland sluit zich bij De Bouwcampus aan

  • Rob geeft het stokje over

    Rob geeft het stokje over

Highlights
De belangrijkste gebeurtenissen in één oogopslag

Een dynamische club

Ad Korf

Transitiemanager

Amy Kyvelos

Transitiemedewerker

Atto Harsta

Transitiemanager

Charlotte Oldenbeuving

Transitiemedewerker

Cheimaa Aouni

Transitiemanager

Chris Aerts

Transitiemanager

Djordy van Laar

Transitiemanager

Donald Bezemer

Transitiemanager

Eric Thijssen

Transitiemanager

Ernst-Jan Luik

Financiële Controller

Hanae Ben Allal

Transitiemanager

Hans Ouwerkerk

Communicatiemanager

Harald Versteeg

Transitiemanager

Henberto Remmerts

Transitiemanager

Inge Colson

Human Resource Manager

Ingeborg Ligtenberg

Transitiemanager

Ivonne Bulthuis

Transitiemanager

Jaap Kolk

Transitiemanager

Jente Waal

Transitiemanager

Josja van der Veer

Bestuur: Bestuurslid

Josja van der Veer

Bestuur: Bestuurslid

Laura Lohuis-Linde

Transitiemedewerker

Leo Oosterveen

Transitiemanager

Linde Janssen

Transitiemedewerker

Lisa Swaalf

Transitiemedewerker

Lynn van Norden

Transitiemanager

Majorie Jans

Bestuur: Bestuurslid

Majorie Jans

Bestuur: Bestuurslid

Manasse Heijkoop

Transitiemedewerker

Manasse Heijkoop

Transitiemedewerker

Mandy Schutz

Communicatiemedewerker

Marco Kock

Transitiemanager

Marijn Vis

Transitiemedewerker

Marlène van Vliet

Officemanger

Marlène van Vliet

Officemanager

Martin Wijnen

Bestuur: Voorzitter

Martin Wijnen

Bestuur: Voorzitter

Mercedes Sweeb

Transitiemanager

Michiel Damoiseaux

Transitiemanager

Mirabel Loos

Transitiemanager

Nynke Sijtsma

Directeur

Olivier Lauteslager

Transitiemanager

Pepik Henneman

Transitie-expert

Rabiye Tokyay

Officemanager

Rob Konings

Transitiemanager

Rob Haans

Bestuur: Bestuurslid

Rob Haans

Bestuur: Bestuurslid

Sander Wubbolts

Transitiemanager

Sander Lasschuijt

Transitiemedewerker

Sebastiaan Hameleers

Transitiemanager

Theo Winter

Bestuur: Penningmeester

Theo Winter

Bestuur: Penningmeester

Tibor Goossens

Transitiemanager

Tijs Bergmans

Transitiemedewerker

Tim van Oorspronk

Transitiemedewerker

Wytze Kuijper

Transitie-expert

Maak kennis met het Bouwcampus-team!

De Bouwcampus bestaat uit een groep enthousiaste mensen die zich ervoor inzet om de maatschappelijke meerwaarde van de bouwwereld te vergroten.